Glenn Deham (38) werkt al achttien jaar bij Ivago. Hij begon achter de kar, groeide door en stuurt vandaag als planner-opvolger een team aan. Tussen voetbal, gezin en werk bouwt hij stap voor stap zijn parcours uit. Een verhaal van doorgroeien, verantwoordelijkheid nemen en kansen grijpen wanneer ze zich aandienen.
“Ik ben Glenn en ik werk hier al achttien jaar. Ik ben begonnen achter de kar. Afval ophalen, buiten werken. En ik deed dat eigenlijk graag. Ge zijt buiten, ge zijt bezig.”
Toen hij begon bij Ivago, was er nog een ander belangrijk stuk in zijn leven. “Ik was semi profvoetballer. Dat was eigenlijk mijn eerste ‘job’. En ik verdiende daar goed mijn boterham mee voor mijn leeftijd. Dat gaf mij kansen die andere gasten misschien niet hadden. Ik heb daardoor bijvoorbeeld vrij jong een huis kunnen kopen. Dat is iets wat niet iedereen kan op die leeftijd, dat besef ik wel.”
Voetbal bepaalde lange tijd zijn ritme. “Alles draaide daarrond. Trainingen, wedstrijden, en daarnaast werken. Ik was ook iemand die daar echt voor ging. Ik was een trainingsbeest. Als ik iets doe, dan doe ik het voor de volle honderd procent.” Die ingesteldheid is gebleven. “Discipline, doorzetten, niet opgeven… dat neem ik vandaag nog elke dag mee.”
Na een paar jaar zette hij een volgende stap. “Ik heb mijn rijbewijs C gehaald en ben chauffeur geworden. Dat betekende meer verantwoordelijkheid, maar nog altijd buiten en tussen de mensen. Dat lag mij wel.” Later kwam er opnieuw een kans. “Er kwam een vacature vrij als planner-opvolger. Ik heb meegedaan en ben geselecteerd. En dan begon eigenlijk een heel andere job.”
Vandaag zit hij in een rol waarin hij mensen aanstuurt en problemen oplost. “Wij doen alles wat niet in de standaardplanning zit. Evenementen, speciale opdrachten… tijdens de Gentse Feesten is dat bijvoorbeeld echt volle bak. En alles wat ergens vastloopt, komt vaak bij ons terecht. Wij moeten dat dan oplossen. Ge kunt zeggen: wij zijn een beetje het team dat gestuurd wordt als het ingewikkeld wordt.”
Wat hem het meest aanspreekt, is het werken met mensen. “Ik heb een vijftiental mensen die ik opvolg. Mensen met een moeilijke thuissituatie, mensen zonder diploma, maar ook mensen die heel bewust voor deze job kiezen. Iedereen heeft zijn verhaal.”
Dat vraagt volgens hem vooral één ding. “Ge moet luisteren. Echt luisteren. En ge moet u kunnen verplaatsen in een ander. Ik heb zelf buiten gestaan, dus ik weet hoe dat voelt. Als iemand zegt dat het moeilijk gaat, dan probeer ik dat te begrijpen en daar iets mee te doen. Ge kunt regels opleggen en zeggen: zo is het, maar daar geraakt ge niet ver mee. Ik probeer altijd een middenweg te vinden.”
Zijn job brengt ook soms spanning met zich mee, maar hij heeft geleerd om daarmee om te gaan. “Er zijn dagen dat het pittig is. Mensen die boos zijn, dingen die mislopen… dat hoort erbij. Maar ge moogt dat niet meenemen naar huis. Ik kan dat goed van mij afzetten. Morgen is er weer een nieuwe dag. Als ge dat begint mee te sleuren, dan hou je dat niet vol.”
Naast werk bouwde hij ook thuis iets op. “Ik ben al 24 jaar samen met mijn vrouw. We zijn jong gestart met kinderen. Mijn zoon is zestien, mijn dochter acht. Dat is ook zoeken geweest, hé, maar we hebben dat altijd samen gedaan.” Zijn vrouw heeft een intensieve job. “Zij werkt in de medische sector, op managementniveau. Dat vraagt veel, soms moet zij ook naar het buitenland. Dus bij ons is het een beetje geven en nemen. Ik probeer flexibel te zijn, zodat ik er kan zijn voor de kinderen. Dat moet kloppen.”
“Mijn levenswerk? Dat is mijn gezin, mijn kinderen. Dat zij later hun eigen weg vinden en gelukkig zijn. Dat is voor mij het belangrijkste. Werk is ook belangrijk, maar het moet in balans zijn met thuis. Anders werkt het niet.”
In zijn job ziet hij ook hoe verschillend mensen naar werk kijken. “Jongere collega’s hebben daar een andere kijk op. Werk is minder belangrijk. En dat is hun keuze. Maar ge moet ook kijken naar waar iemand vandaan komt, hoe iemand is opgegroeid. Dat speelt een grote rol. Daarom vind ik dat ge niet te snel moogt oordelen.”
Ivago is zijn eerste echte werkgever. “Ik zie mij hier wel blijven tot mijn pensioen. Ik krijg hier kansen, ik heb hier kunnen groeien, ik werk met fijne mensen… ja, dat is belangrijk.” Hij lacht even. “Ik ben ook wel een sociaal beest, een beetje een lolbroek soms. Maar als er gewerkt moet worden, dan wordt er gewerkt.”
Hij blikt nog even terug op zijn parcours. “Ik ben hier begonnen achter de kar. En als ge dan ziet waar ik nu sta… ja, daar moogt ge toch fier op zijn.”