“Ik zette mijn carrière stil, om ruimte te maken voor wat er echt toe deed.”

“Ik zette mijn carrière stil, om ruimte te maken voor wat er echt toe deed.”

Tara 

Dewulf

Executive People Leader

Tara (34) bouwde een succesvolle carrière uit. Maar parallel aan die zichtbare professionele lijn liep een traject van fertiliteitsbehandelingen en een kinderwens die zich moeilijk liet combineren met een veeleisende job. Wat begon als iets dat in haar werk moest passen, werd gaandeweg iets dat alles begon te bepalen. Haar levenswerk ontvouwde zich niet in het verder uitbouwen van haar carrière maar in het durven stilzetten ervan. In het leren luisteren naar haar lichaam en haar verlangen om moeder te worden.

“Ik heb altijd gedacht dat als je hard werkt en de juiste keuzes maakt, dingen wel op hun plaats vallen. Dat is hoe mijn carrière is gegaan. Stap voor stap, logisch, vooruit. Maar een kinderwens, die laat zich niet plannen. Al vrij vroeg wisten we dat het niet vanzelfsprekend ging zijn om kinderen te krijgen. Mijn partner heeft een genetische aandoening, een ongebalanceerde translocatie. Dat betekent dat stukjes van zijn DNA anders gerangschikt zijn dan normaal. Voor hem heeft dat geen impact. Je merkt daar niets van in het dagelijks leven. Maar op het moment dat je kinderen wil krijgen, wordt dat wel belangrijk. Want bij de bevruchting kan die herschikking verkeerd doorgegeven worden. Dan krijgt een embryo te veel of te weinig genetisch materiaal. En dat maakt het risico op een miskraam of dat ons kindje met een zware aandoening geboren zou worden heel groot. Dat was voor ons een risico dat we niet wilden nemen.”

“Daarom zijn we in een medisch traject gestapt. IVF (in vitro fertilisatie), meer bepaald ICSI (Intracytoplasmatische Sperma Injectie) gecombineerd met genetische screening van embryo’s. Dat is een techniek waarbij elke embryo genetisch onderzocht wordt voor het teruggeplaatst wordt. Dat klinkt alsof je het proces in handen hebt. Maar in realiteit betekent dat vooral dat je heel veel moet loslaten. Want van elke poging blijven er maar een paar embryo’s over. En van die paar embryo’s zijn er vaak nog minder genetisch in orde. Soms maar één. Soms geen enkel. En elke keer opnieuw begin je van nul.”

“Het begint eigenlijk al jaren vóór je eerste poging. Bij ons heeft het bijna drie jaar geduurd voor we effectief konden starten. Genetische testen, counseling, gesprekken… Je moet als koppel eerst volledig begrijpen waar je aan begint. Dan pas start het echte traject.”

“Als vrouw begin je met hormonen spuiten. Elke dag. Je lichaam wordt gestimuleerd om zoveel mogelijk eicellen tegelijk te laten rijpen. Je gaat om de twee dagen naar het ziekenhuis voor controles. Ze meten elk eitje op. Het moet exact goed zitten. Niet te groot, niet te klein.”

“En dan komt de punctie. Ze halen de eicellen weg via een ingreep. In België gebeurt dat onder lokale verdoving. Dat klinkt minder zwaar dan het is. Je krijgt pijnstilling, maar je voelt het wel. Zeker als je dat meerdere keren doet. Je lichaam wordt gevoeliger. Ik weet nog dat ik de eerste keer dacht: dit valt mee. Maar elke keer daarna werd het zwaarder.”

“Dan volgt de bevruchting. Bij ICSI wordt één zaadcel rechtstreeks in één eicel ingebracht. Daarna begint het wachten. Na een week krijg je telefonisch bericht hoeveel embryo’s er zijn. Dat is al een eerste filter. Van bijvoorbeeld vijf eicellen blijven er misschien twee of drie embryo’s over. Maar bij ons kwam daar nog een extra stap bij, want elk embryo moest genetisch getest worden. Dat betekent: embryo’s invriezen, een stukje wegnemen voor analyse, en dan zes weken wachten. Zes weken tussen hoop en vrees. En dan het telefoontje. Hoeveel zijn genetisch gezond? En soms is dat nul.”

“Financieel is dat ook niet niets. Eén cyclus kost al snel rond de €4.000. In België worden zes pogingen terugbetaald via de mutualiteit, maar daarna betaal je alles zelf. Ook mentaal. Want elke poging voelt als een kans die je verbruikt.

“Onze eerste reeks ging, achteraf gezien, ‘goed’. We kregen ons eerste kindje. Maar ik wilde nog een kind. Ik dacht, we kennen het traject, we doen dat nog eens.”

“Maar dat was een misvatting. Een jong kind. Een nieuwe job. Meer verantwoordelijkheid. Meer druk. Ik was net gestart bij Bleckmann, omdat ik bewust had gekozen voor een andere context. Minder consulting, meer impact, iets duurzamer. Dat was het idee. Maar de rol was nieuw en de organisatie in volle groei. Dat betekende veel bouwen, veel schakelen, veel verantwoordelijkheid. En vooral veel reizen. Om de twee weken was ik wel ergens onderweg.”

“Thuis had ik een jong kind en een partner die ’s avonds en in weekends werkte. Dus begon ik te combineren. ’s Ochtends heel vroeg werken, overdag meetings, tussendoor ziekenhuisafspraken, ’s avonds moeder zijn, en dan terug werken als iedereen sliep. Ik leefde op adrenaline. Ik dacht: dit moet gewoon lukken. Maar een fertiliteitstraject werkt niet op wilskracht. Het vraagt rust. En die had ik niet.”

“Ik deed terugplaatsingen ‘tussen de soep en de patatten’. Maandag een embryo laten plaatsen, dinsdag op zakenreis vertrekken. Dan tien dagen wachten en hopen. En elke keer opnieuw werd ik niet zwanger.”

“En toen begon het. Twijfel. Schuldgevoel. Had ik meer rust moeten nemen? Had ik het serieuzer moeten aanpakken? Heb ik er wel alles voor gedaan? En ik bleef doorgaan. Je denkt: nog één keer. Tot die voorlaatste. Ik stond in Grobbendonk, op onze site. Ik moest een presentatie geven. Ik wist dat ze gingen bellen met de resultaten. Dus ik liep naar buiten. Naar de parking. Tussen de vrachtwagens. En toen ging de telefoon.”

“Nul. Geen enkele embryo was genetisch in orde. Mijn wereld viel stil. Wat het nog confronterender maakte: in diezelfde periode was de broer van mijn man, die exact dezelfde genetische afwijking heeft, met zijn partner op natuurlijke manier zwanger geworden. Na drie maanden.”

“Ik heb mijn man gebeld, ik ben terug naar binnen gegaan. En ik heb mijn presentatie gegeven. Dat is misschien nog het meest confronterende achteraf.”

“Die dag heeft alles veranderd. Ik besefte dat ik dit niet kon blijven doen. Dus ben ik thuisgekomen en heb ik beslist om te stoppen met werken. Niet minder werken. Maar stoppen. Als we dit nog een laatste keer zouden doen, dan moest het anders. Dan zou ik er echt voor gaan. Zonder mentale druk. Zonder stress.”

“Mijn omgeving schrok. Mijn partner ook. Mijn papa maakte zich zorgen. Logisch. Maar mijn werkgever verraste mij. Ze dachten mee en stelden voor om ouderschapsverlof op te nemen, daarna tijdskrediet, alle verlofstelsels die er zijn, zodat ik niet volledig zonder vangnet zat. En zonder verwachting dat ik moest terugkomen. Dat heeft mij de ruimte gegeven om echt los te laten.”

“Dus we zijn opnieuw gestart. Maar deze keer anders. Ik vertraagde. Ik begon te mediteren. Ik zorgde voor rust. Geen meetings, geen deadlines, geen druk. En mijn lichaam reageerde anders. We hadden opnieuw een paar embryo’s. Uiteindelijk bleef er maar één over. Maar deze keer was mijn hoofd stil. Vandaag ben ik vijftien weken zwanger.”

“ Ik begrijp nu dat dit een les was in leren luisteren, durven stoppen en beseffen dat je veel kan combineren en dat je heel ver kan gaan, maar dat er zijn momenten waarop je moet kiezen.”

Auteur: Lesley Arens

Op de hoogte blijven als we nieuwe verhalen delen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meer verhalen?

Luc

Tv-maker, radiodocent en ondernemer

“Ik heb zelden of nooit iets tegen mijn goesting gedaan”

Ontdek

Haissi

HR consultant en oprichter JuRi

“Ik ben wel een vechter” 

Ontdek

Barbara

Communicatiedirecteur

“Alles wat ik nodig had, paste in een rugzak”

Ontdek