“Ik ben wel een vechter” 

“Ik ben wel een vechter” 

Haissi 

Cheng

HR consultant en oprichter JuRi

Haissi Cheng bouwde negentien jaar lang mee aan een vertaalbureau dat uitgroeide van een eenmanszaak tot een hecht, meertalig team met grote klanten. Ze nam mensen aan, zette de koers uit en creëerde een werkplek waar medewerkers tot bijna twee decennia bleven. Tot artificiële intelligentie haar sector sneller veranderde dan ze ooit voor mogelijk had gehouden. De omzet halveerde, collega’s moesten vertrekken en Haissi bleef achter met een vraag die groter was dan de toekomst van haar bedrijf: wie ben je nog wanneer het werk waarin je zoveel van jezelf hebt gelegd, verdwijnt?

Ze begint te vertellen. Bijna achteloos. Alsof ze toevallig van de ene kans in de andere rolde. Althans, zo leek het de eerste 15 minuten. Maar naarmate het gesprek vorderde, kwam een ander verhaal tevoorschijn. Over onderschat worden en blijven leren, over zorg dragen voor medewerkers en afscheid moeten nemen, over bang zijn en toch opnieuw beginnen omdat stilstaan voor haar eigenlijk nooit een optie was.

Van zekerheid naar ondernemerschap

“Ik werkte bij een marktonderzoeksbureau, eerst op de boekhouding en later op HR. Een goede vriendin was zelfstandig vertaalster en kreeg steeds meer opdrachten, ook voor andere talen. Ze vroeg of ik haar sidekick wilde worden.”

Haissi zei niet meteen ja. “Ik werkte toen bij een bedrijf met ongeveer tachtig medewerkers. Zij werkte alleen. Mijn ouders hadden het financieel nooit breed gehad, dus zekerheid was voor mij belangrijk.” Anderhalf jaar lang hield ze de boot af. Tegelijk voelde ze dat ze in haar job tegen een grens aanliep. “Ik geraakte amper vooruit.” Toen ik dat benoemde, kreeg ik telkens te horen dat ik nog veel moest leren. Dat was ook zo, maar na een zoveelste gesprek belde ik mijn vriendin. Ik vroeg: ‘Is je aanbod nog geldig?’ Ze zei: ‘Begin maar wanneer je wilt.’ Toen heb ik de sprong gemaakt.”

Eenmaal aan boord begon Haissi meteen naar de cijfers te kijken. Ze analyseerde welke marges ze maakten. Ze dacht ook na over de positionering. “We kunnen niet alles voor iedereen vertalen. We moeten kiezen. Zo zijn we ons gaan richten op de creatieve sector en reclamebureaus, waar ik een netwerk had.”

Stap voor stap groeide het bedrijf. Er kwamen grotere klanten en een meertalig team van 11 medewerkers. Maar het was bloed, zweet en tranen, erkent ze.

Een bedrijf bouwen rond mensen

Voor Haissi ging ondernemen nooit alleen over omzet. “Ik wilde met mensen omgaan zoals ik zelf behandeld zou willen worden. Als medewerkers graag komen werken, heeft iedereen daar baat bij.”

Dat medewerkers lang bleven, beschouwt ze nog altijd als een van haar grootste verwezenlijkingen. “Ik had een superteam. Sommige mensen werkten zeventien of achttien jaar bij ons. In al die jaren zijn er maar enkele medewerkers uit zichzelf vertrokken.” Ze gaf medewerkers ruimte, maar verwachtte ook prestaties. “Goed voor mensen zorgen betekent niet dat alles zomaar kan. Maar mensen goed behandelen en duidelijk zijn over verwachtingen sluiten elkaar niet uit.”

Ook maatschappelijke betrokkenheid kreeg een plaats. “We vertaalden documenten voor vluchtelingen en werkten pro bono voor maatschappelijke organisaties. Als we konden helpen zonder daar zelf financieel aan toe te leggen, deden we dat. Dat hoorde voor mij en mijn vennoten bij ondernemen.”

“Amai, jouw Nederlands is goed”

Onder het ondernemersverhaal loopt nog een andere lijn. Haissi werd geboren in Roeselare als dochter van Chinese ouders en was op school het enige kind met een andere afkomst. “Vandaag groeien kinderen veel vaker op in diverse klassen. Bij mij was dat anders. Soms keken kinderen naar onze gewoontes alsof ik van Mars kwam. Vaak was dat vanuit een nieuwsgierigheid, maar je voelt wel dat je ‘anders’ bent.”

Thuis sprak ze Chinees. Nederlands leerde ze pas toen ze drie of vier was. “Ik maakte veel taalfouten. Daarom moest ik elke week naar de bibliotheek.” Zo ontdekte ze haar liefde voor lezen. Toch bleef taal iets waarop mensen haar later bleven aanspreken. “Ik krijg nog vaak te horen: ‘Amai, jouw Nederlands is goed.’ Maar ik ben hier geboren. Ik weet dat mensen dat vaak niet slecht bedoelen, maar het komt wel binnen.”

Ook professioneel merkte ze dat mensen haar niet altijd dezelfde autoriteit toeschreven als haar zakenpartner. Haissi wil er geen conclusie aan verbinden. “Lag het eraan dat ik een vrouw ben? Dat ik Chinees ben? Dat ik klein ben en minder opval? Ik weet het niet. Misschien speelde ook mijn functietitel mee.”

Haar moeder gaf haar van jongs af aan een duidelijke boodschap mee: laat niemand op je neerkijken. “Ik wil niet alles op discriminatie steken en ik wil mezelf ook niet in een slachtofferrol plaatsen. Maar het is er wel.”

“Je moet daar wel slim voor zijn”

“Ik was ongeveer tien en vertelde aan een klasgenootje dat ik later boekhouder wilde worden. Ze keek naar mij en zei: ‘Je moet daar wel slim voor zijn, hoor.’ Wat ik toen hoorde, was: jij bent niet slim genoeg.”

Jaren later kwam dat gevoel terug in haar eerste job. “Veel collega’s hadden meerdere diploma’s. Ik had ‘maar’ een bachelor. Ik heb sterk gevoeld dat daar anders naar werd gekeken.” Haissi begon daarom opleidingen te volgen: postgraduaat business management, sociale wetgeving, coachopleidingen later ook medische basiskennis. Tegelijk beseft ze dat niet iedereen die onderschat wordt, strijdlustig wordt. Sommige mensen gaan geloven wat anderen over hen zeggen. Ik wil nooit iemand het gevoel geven dat hij of zij te dom is. Een diploma zegt niet alles over wat iemand kan.”

Toen AI geen toekomstscenario meer was

No Problem! kende mooie jaren. Haissi dacht lange tijd dat ze er oud zou worden. “Dat was echt mijn plan.” Tot AI de vertaalwereld fundamenteel begon te veranderen. “In het begin gebruikten klanten vertaaltools en mochten wij de teksten nog nalezen. Er bleef nog werk.” Maar de markt veranderde snel. Tot Haissi moest vaststellen dat de omzet gehalveerd was.

Eén slechte maand werden er twee, drie, vier en meer. “Uiteindelijk zei de boekhouder dat we onze mensen niet lang meer zouden kunnen blijven betalen.” Haissi en haar zakenpartner probeerden eerst zichzelf niet uit te betalen. “Ik wilde mijn mensen niet kwijt.”
Maar uiteindelijk moest ze toch afscheid nemen van collega’s die jarenlang voor haar hadden gewerkt.“Dat vond ik het ergste. Je hebt een groot deel van elkaars leven meegemaakt. Rationeel weet ik dat dat de juiste beslissing was. Emotioneel blijft het moeilijk.”

Ook veel freelance vertalers stopten. “De helft van mijn native vertalers is iets anders gaan doen. Sommigen geven nu les. Mensen vertalen nu met de hulp van AI en vragen aan een native speaker om de tekst nog even na te kijken, maar de ziel is weg. Vertalen is meer dan woorden omzetten. Er zit gevoel, nuance en context in.”

Op 1 juli besliste Haissi om haar operationele rol stop te zetten.“ Na negentien jaar laat ik iets los waarvan ik dacht dat het altijd bij mij zou blijven.”

Van frustratie naar een nieuw idee

Dankzij haar betrouwbare team, een geoliede machine, kon ze tijdens de ‘goeie’ jaren van No Problem! af en toe te freelancen als HR consultant om zo bij te leren van andere bedrijven. Daarnaast werkte ze als stress- en burnoutcoach en loopbaanbegeleider. Daar is ze tot veel inzichten gekomen.

Tijdens die opdrachten en gesprekken, hoorde Haissi vaak dezelfde frustraties over loon terugkeren en ze merkte hoe organisaties er niet in slaagden om zulke gesprekken op een objectieve manier te voeren. “Loyaliteit mag beloond worden. Maar anciënniteit betekent niet automatisch dat iemand goed presteert. Ik begon na te denken: hoe kun je prestaties, competenties, verantwoordelijkheden en loon op een eerlijke manier met elkaar verbinden?”

Daaruit ontstond JuRi, een platform dat ze samen met haar broer ontwikkeld heeft. “JuRi staat voor Just Right: mensen rechtvaardig belonen. Dat betekent niet dat je iedereen hetzelfde loon moet betalen, maar wel dat je kan uitleggen waarom iemand een bepaald loon krijgt en wat nodig is om verder te groeien.”

Voor Haissi gaat loontransparantie ook niet alleen over lonen zichtbaar maken. “Als iemand onderbetaald wordt, moet je dat kunnen corrigeren. Maar als iemand veel verdient en bepaalde verwachtingen niet inlost, moet je daar óók over kunnen praten.”
JuRi moet evaluatie en verloning minder afhankelijk maken van buikgevoel, historische toevalligheden of wie het luidst onderhandelt.“Fairness werkt in twee richtingen. Voor de medewerker én voor de werkgever.”

Opnieuw van nul

Opnieuw beginnen na negentien jaar voelt anders dan de eerste keer. “Mensen kennen mij niet in deze markt. Mijn netwerk zit vooral in de reclamewereld en ook die sector staat onder druk. Ik moet opnieuw uitzoeken hoe ik bij klanten binnenkom.”
Dat blijkt niet vanzelfsprekend.“Bedrijven kiezen sneller voor een grotere speler met een bewezen trackrecord. Ik begrijp dat. Maar tegelijk denk ik: iedereen is ooit van nul begonnen.”

Zichtbaarheid en netwerken liggen haar niet vanzelf. “Ik ben geen grote poster op LinkedIn. Ik wil niet elke week iets schrijven omdat het algoritme dat vraagt.”

Ondertussen werkt ze voor een organisatie waar ze oorspronkelijk één dag per week de lonen zou verwerken. “Tijdens het eerste gesprek zei ik dat ik voor de opdracht slechts één dag per maand nodig zou hebben en dat hij de job gemakkelijk bij iemand anders kon leggen in plaats van een consultant aan te nemen. De CEO apprecieerde mijn eerlijkheid en wierf me desondanks aan. Ik mag nu mee nadenken over bredere business vraagstukken en hij supporteert ook mijn start-up.”

Die steun doet veel, want de onzekerheid is reëel. “Ik betaal mezelf al lange tijd niet meer uit. Mijn ouders wonen bij mij in en ik zorg mee voor hen. Ik heb een zoon. Ik moet ook gewoon overleven.”

Ze zegt het zonder drama. “JuRi is een beetje ontstaan uit overlevingsdrang. Toen duidelijk werd dat ons bedrijf niet meer zou worden wat het geweest was, dacht ik: wat kan ik eigenlijk? Ik kan niets, behalve de baas spelen.”

Nochtans vertelt haar parcours een ander verhaal. Ze bouwde een bedrijf uit, analyseerde de cijfers, koos een markt, haalde klanten binnen, wierf mensen aan, creëerde een cultuur waarin medewerkers uitzonderlijk lang bleven, begeleidde mensen en vertaalde terugkerende frustraties over loon naar een nieuw product.

Een eerste levenswerk eindigt

Wanneer ik Haissi vraag wat zij als haar levenswerk beschouwt, blijft het even stil. “Ik kan daar niet voor honderd procent op antwoorden.” Dan komt ze terug bij het vertaalbureau. “No Problem! heeft negentien jaar deel uitgemaakt van mijn leven. In zekere zin is dát mijn levenswerk. Ik ben trots op wat we bereikt hebben, op het team, mijn ‘gasten’ en op de klanten. Het was mijn stiefbaby.”

Vandaag staat ze aan het begin van iets nieuws. “Misschien wordt JuRi mijn tweede levenswerk. Maar dat weet ik nog niet.”
Ik vind Haissi een moedige vrouw, maar zo ziet ze zichzelf niet. Tegenover mij zit iemand die afscheid neemt van haar professionele thuis en tegelijk een nieuw idee probeert op te bouwen. Iemand die bang is, twijfelt en zichzelf kleiner maakt dan haar parcours rechtvaardigt, maar toch opnieuw begint.

“Ik ben wel een vechter,” zegt ze uiteindelijk. Volgens mij komt dat nog het dichtst in de buurt van haar levenswerk: blijven leren, blijven bouwen en opnieuw een weg zoeken wanneer de vorige onverwacht ophoudt.

Auteur: Lesley Arens

Op de hoogte blijven als we nieuwe verhalen delen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meer verhalen?

Luc

Tv-maker, radiodocent en ondernemer

“Ik heb zelden of nooit iets tegen mijn goesting gedaan”

Ontdek

Barbara

Communicatiedirecteur

“Alles wat ik nodig had, paste in een rugzak”

Ontdek

Tara

Executive People Leader

“Ik zette mijn carrière stil, om ruimte te maken voor wat er echt toe deed.”

Ontdek