“Je kan het je vandaag niet meer voorstellen maar toen ik als 18-jarige solliciteerde voor een job als cipier, stond ik samen met duizend kandidaten op een wachtlijst.” Elias Van De Perre raakte vlot door de selectie en is intussen opgeklommen tot technisch deskundige bewaking en coördinator begeleiding in de nieuwe gevangenis van Dendermonde. “Dat ik dit op 12 jaar heb klaargespeeld, is wellicht het beste signaal dat ik mijn job ontzettend graag doe.”
“Ik koos als achttienjarige heel bewust om voor justitie te werken. Je werd toen meteen statutair ambtenaar. Nu ja, meteen … Ik schreef me in op een wervingsreserve en het duurde 3 jaar voor ik een uitnodiging kreeg om te starten. Ik stapte de gevangenis uiteindelijk binnen met een klein hartje en was helemaal niet zeker of het iets voor mij zou zijn. Mijn carrière begon bij het elektronisch toezicht, waar ik enkelbanden plaatste. Maar toen de uitnodiging kwam om in de gevangenis te starten als penitentiair beambte, heb ik de sprong gewaagd. Al snel vond ik mijn draai. En dat is niet meer veranderd. Inmiddels doe ik deze job met hart en ziel. Na 5 jaar ben ik ploegchef kunnen worden en sinds enkele maanden werk ik als technisch deskundige bewaking.”
“Hey chef, met jou wil ik praten”
“Mensen van buitenaf kijken vaak met een vertekend beeld naar ons beroep. Wie aan een gevangenis denkt, ziet vaak Hollywoodbeelden opdoemen met lompe cipiers die graag met de spierballen rollen. Ik ben zelf zo geen indrukwekkende kolos en dat is ook niet nodig. De gevangenis is in de eerste plaats een plek waar mensen leven en werken van alle slag: jong, oud, smal, breed. Fysieke overmacht is in die context niet de sleutel tot succes, ook niet als je met mensen te maken krijgt die een en ander op hun kerfstok hebben. Dat is geen theoretisch riedeltje om het blazoen van de sector op te poetsen; ik ervaar elke dag opnieuw dat woorden veel meer doen dan daden. Weten hoe je omgaat met iemand om een doel te bereiken, is een veel efficiëntere aanpak.”
“Het leuke aan de job is de gedetineerden leren kennen. Uiteraard is dat als starter niet zo evident, zeker omdat de gedetineerde je eerst proberen te testen; hoe zou je zelf zijn. Dat is een normale reactie. Maar op die manier wist ik al snel wie de moeilijkere klanten waren. Soms nam ik bewust een halfuur de tijd om aan hun celdeur over koetjes en kalfjes te babbelen. Door tijd te investeren, bouw je een gezonde, professionele band en respect op. Als zo’n gast later in een vlaag van hoge frustratie dreigde te ontploffen en mij zag aankomen, zag ik de boosheid vaak ter plekke wegebben. Midden in de agressie hoorde ik dan: Hey chef, met jou wil ik praten. Dat is goud waard. Als je een escalatie kunt vermijden met een gesprek, ontmijn je een situatie en bespaar je je collega’s een mogelijk risicovollere fysieke interventie. Dat heeft mij altijd al een enorme voldoening gegeven. En jawel, soms lukt dat niet en dan moet je op je collega’s en de procedures kunnen vertrouwen.”
Overbevolking
“De druk op het gevangenissen is vandaag de dag enorm en de overbevolking is een constante energievreter. Onze gevangenis is pas drie jaar open. Officieel hebben we plaats voor 476 gedetineerden, maar momenteel zitten we boven de vijfhonderd. We hebben zelfs al op onze absolute limiet van 540 aangetikt. Dan zit je echt met de handen in het haar en vraag je je af waar je de volgende nieuwkomer nog in godsnaam moet te slapen leggen. Dat weegt op de gemoederen van de gedetineerden, maar net zo goed op de schouders van het personeel. Zeker tijdens warme zomerdagen stijgt de spanning snel. Dan proberen we met hitteplannen bij te sturen: extra luchten, wat meer verlichting in de regels, en soms een gratis ijsje voor de collega’s om de appreciatie te tonen. Het verschil tussen rust en onrust zit vaak in kleine attenties, zonder garantie op succes. Je weet als je shift begint nooit hoe de dag zal eindigen. Dat onvoorspelbare vind ik absoluut deel van de aantrekkelijkheid van werken in de gevangenis.”
“In crisis- en stresssituaties moet je je hoofd koel kunnen houden. Als er iets ernstigs voorvalt, zoals zware agressie of een zelfdoding, treedt er bij mij een soort professioneel mechanisme in werking. Ik focus me meteen op het oplossen van de situatie en het garanderen van de veiligheid. En toegegeven naarmate de jaren vorderen, verleg je ongemerkt de grens van wat je normaal vindt. Soms schrik ik … dat ik van sommige situaties niet meer opschrik. Heb ik nog wel gevoelens? denk ik dan. Maar eigenlijk is het een noodzakelijk beschermingsmechanisme. Als je bij elk incident blijft stilstaan, neem je alles mee naar huis. Mijn rit naar huis duurt maar vijf tot tien minuten. In de zomer neem ik vaak de fiets. Dat kwartiertje trappen is ideaal om de werkdag achter mij te laten.”
Samen door het vuur
“In mijn huidige functie zit ik tussen de penitentiair beambten op de vloer en de directie in. Ik denk mee over beleid en procedures. Als een kleine aanpassing in een procedure ervoor zorgt dat de werklast voor de collega’s daalt en de veiligheid toeneemt, geeft me dat enorm veel energie. Het doet ook deugd als je op een onverwacht moment op straat Hey chef! hoort roepen en dat blijkt dan een ex-gedetineerde te zijn die zijn leven opnieuw in handen heeft genomen. Dan weet je dat je aanpak misschien wel mee het verschil heeft gemaakt.”
“Het is een job die maturiteit en assertiviteit vergt maar maatschappelijk enorm relevant is en vol variatie zit. Je krijgt de kans om met mensen om te gaan op een manier dat je er veel voor terugkrijgt. En als ik dan toch één aspect moet benoemen dat er speciaal toe doet, dan is het de teamsfeer. In deze job moet je op elkaar kunnen vertrouwen. Wij springen voor elkaar door het vuur. Weten dat als het alarm afgaat, er binnen de dertig seconden een tiental collega’s rond jou staan.”