“Toen ik kind was heb ik nooit gedacht dat ik hetzelfde beroep van mijn ouders zou uitoefenen”, zegt Céderic Messiaen. “Omdat mijn ouders dag en nacht werkten en er nooit tijd was om op reis te gaan. Mijn vader vergeleek het beroep van begrafenisondernemer met het boerenleven: het stopt nooit. De telefoon kan elk moment rinkelen. Wat mij uiteindelijk over de streep trok, was de enorme rust die mijn ouders uitstraalden. Ondanks de drukte namen zij altijd uitgebreid de tijd voor de mensen.”
“Voor mij is de dood altijd een natuurlijk bijverschijnsel van het leven geweest”, vertelt Céderic Messiaen. “Als kind wist ik niet beter. Ik ben samen met mijn twee zussen letterlijk naast het funerarium opgegroeid. De winkel die bij het funerarium hoort, lag pal naast de keuken, enkel gescheiden door een binnendeur die mijn moeder altijd liet openstaan. Als de bel ging, moesten wij muisstil zijn. En dus hoorden we alle gesprekken met klanten en leerden we wat het betekent om iemand te verliezen en wat daarbij komt kijken.”
“Het heeft lang geduurd vooraleer ik in de gaten kreeg dat onze gezinssituatie eigenlijk heel bijzonder was. Mensen die niet in deze sector opgroeien, kijken vaak met angst naar de dood. Ik merk nu dat zelfs veertigers soms nog nooit van dichtbij met sterven zijn geconfronteerd. Dat was vroeger ondenkbaar. In de tijd van mijn grootouders, lag de overledene dagenlang in de ‘schone’ – maar vooral griezelige en ongekoelde – kamer. Kinderen hielden er soms trauma’s aan over. Vandaag is de dood verplaatst naar funeraria, al blijf ik ervan overtuigd ben dat het zien van de overleden geliefde nog steeds cruciaal is om een verwerkingsproces goed te kunnen starten.”
De stiel met de paplepel
“Ik zou willen zeggen dat ik als jobstudent mijn eerste actieve stappen in de zaak heb gezet maar het verhaal begint veel vroeger. Als kleine jongen zat ik al urenlang bij mijn vader in de auto; op weg naar het stadhuis, bij klanten, om drukwerk op te halen … Blijven zitten en nergens aankomen, klonk het dan standaard. Terwijl hij binnen ging, zat ik in de auto mijn huiswerk te maken en in zijn papieren te snuisteren. Zo heb ik gaandeweg geleerd wat er bij het vak komt kijken.
Zodra ik sterk genoeg was mocht ik meehelpen om overledenen in de kist te leggen en kisten uit het magazijn halen. Vanuit dat perspectief heb ik de sector gaandeweg zien veranderen. Vroeger was de begrafenisondernemer slechts een schakel in een hele procedure die bij het overlijden op gang kwam; de schrijnwerker maakte de kist, de plaatselijke drukker drukte de prentjes, de zusters wasten het lichaam en de pastoor verzorgde de uitvaartdienst en de koster koos de muziek … Al die individuele taken integreren we vandaag in een omvattende service.”
De kunst van het luisteren
“Een van mijn mooiste herinneringen speelde zich af in de supermarkt toen ik nog een kind was. Ik deed boodschappen samen met mijn moeder en zag hoe wildvreemde mensen haar aanspraken om haar te bedanken voor de mooie dienst die ze hadden meegemaakt. Daardoor wist ik dat mijn ouders wel iets heel bijzonders moesten doen. Intussen loop ik zelf met mijn zoon in de supermarkt. Soms spreken mensen mij aan over een afscheid die mijn vader nog heeft begeleid en kennen ze nog de exacte woorden die hij heeft gebruikt. Het toont hoe groot de impact kan zijn van alles wat er rond een begrafenis gebeurt en hoe belangrijk het is om onze job goed te zoen. Daarin schuilt meteen ook de voldoening in die ik uit mijn beroep haal.”
“Hoe langer ik zelf de verantwoordelijkheid over ons bedrijf draag, hoezeer ik besef dat, veel meer dan per se dingen willen zeggen om mensen te troosten, oprecht kunnen luisteren de kern is van ons werk. Dat klinkt simpel, maar het is aartsmoeilijk omdat we in een tijd leven dat er altijd van alles te doen is dat ogenschijnlijk veel dringender of belangrijker is.”
Niet verboden te lachen
“Mensen ondanks hun verdriet omwille van verlies en gemis toch een mooie herinnering schenken, in de vorm van een stijlvol afscheid, kan een grote troost zijn en dat is ook elke dag mijn motivatie. Maar er zijn ook dagen waarop het veel meer kost om die ambitie waar te maken. Ik kan niet ontkennen dat sommige begrafenissen mij hard raken. Zo blijft kinderen begraven een beproeving. Uiteraard weet je als professional hoe je daarmee moet omgaan maar het zijn ervaringen die je niet zomaar kan loslaten. Die neem je mee naar huis. Ik heb het ook moeilijk met begrafenissen waarbij je vaststelt dat de omgeving zelfs over de dood heen extreem respectloos is over de overledene; dat went nooit.”
“Begrafenisondernemers beantwoorden heus niet aan het beeld dat soms wordt geschetst van stijve, treurige figuren. Het besef dat de dood bij het leven hoort en de overtuiging dat humor een uitstekende manier is om de zwaarte te verjagen, helpt om de zwaarte de baas te blijven. In het bijzijn van klanten, is het vanzelfsprekend dat de ernst de bovenhand haalt. Op de deur naar ons bureau hangt echter een smiley, met de tekst: ‘Een glimlach werkt aanstekelijk, vermindert stress, zorgt voor verbinding en wekt positieve emoties op’. Lachen is dus zeker niet verboden.”
“We zien ook vaak dat in de omgeving van een overledenen het verdriet soms om in lachbuien kan omslaan. Lachen kan een manier zijn om met emoties van verlies en rouw om te gaan. Mijn ouders hebben me wel altijd gewaarschuwd voor de valkuil om daar als begrafenisondernemer in mee te gaan. Tien minuten later kan de sfeer weer omslaan en denken de mensen misschien dat je hun verdriet niet serieus neemt.”
Ondernemer in begrafenissen
“Mijn vader was een begrafenisondernemer, in één woord. Ik zie mezelf eerder als een begrafenis-ondernemer. Ik ben voor 90 procent van mijn tijd manager-ondernemer en nog voor 10 procent begrafenisondernemer. We werken ondertussen met een team van 26 vaste medewerkers en een twintigtal flexi-jobbers in verschillende filialen. We hebben een operationeel manager, een planner en zelfs iemand die zich bezighoudt met IT. De tijd dat je als koppel een zaak kon runnen, zonder vakantie, is definitief voorbij. Mijn vrouw is de dochter van een leraar en was gewoon om veel te reizen. Toen we trouwden kon ik haar niet vertellen dat we nooit meer op vakantie zouden gaan. Mijn grote missie is dan ook om de kwaliteit en de ijzersterke reputatie van onze zaak te bewaren, maar dit te combineren met een structuur waarin onze medewerkers en ikzelf een normaal leven kunnen leiden.”
“En de dood? Daar ben ik niet bang voor. Ik ben er totaal niet mee bezig. Ik heb ook nog geen scenario klaarliggen voor mijn eigen uitvaart. Ik heb er alle vertrouwen in dat mijn vrouw dat heel goed zal regelen … maar voor alle duidelijkheid: liefst nog niet meteen.”