“De kunst van evidence-based denken”

“De kunst van evidence-based denken”

Cédric 

Velghe

Managing Partner

Cédric Velghe maakte als jonge arbeids- en organisatiepsycholoog bijna toevallig kennis met evidence-based management. De reflex om vragen te stellen, bewijs te zoeken en aannames kritisch te onderzoeken, sijpelde door in zijn werk, gezondheid en sport. Vandaag helpt hij organisaties om betere beslissingen te nemen en zoekt hij tegelijk naar de grenzen van wat wetenschap en data ons kunnen vertellen. Want een goed leven laat zich niet volledig vatten in onderzoek. Soms moet je ervaren, voelen en aanvaarden.

“Ik denk dat mensen die mij kennen niet verwonderd zullen zijn wanneer ik vertel wat mijn levenswerk is.” Net daarom sprak het idee van dit interview hem aan. Ik ken Cédric ondertussen al heel wat jaren. Zelf ziet hij ons gesprek als ‘een mentale oefening’. Een pasklaar antwoord op de vraag wat zijn levenswerk precies is, had hij vooraf in ieder geval niet geformuleerd. “Misschien was dat net wat mij nieuwsgierig maakte. Zou het gesprek alleen over mijn werk gaan? Of ook over de toekomst? Of over alles wat daar rond hangt?” Het antwoord was uiteindelijk: over dat alles tegelijk…

“Dit is mijn rol”

Cédric zijn professionele verhaal begint bij zijn stage bij de Picanol Group in Ieper. Hij studeerde arbeids- en organisatiepsychologie en was op dat moment ook heel actief in de paardensport. Picanol was een internationaal bedrijf met zijn hoofdzetel in Ieper. Toen er tijdens zijn stage een vacature vrijkwam, vond hij dat hij die kans moest grijpen. Hij kreeg de job, hoewel hij nog enkele examens moest afleggen en zijn thesis niet klaar was. Omdat hij werkte, vroeg hij het statuut van werkstudent aan. Voor het vak consultancy mailde hij zijn toenmalige professor Frederik Anseel met de vraag of hij een vervangende opdracht mocht maken.

“Frederik antwoordde dat hij serieuze bedenkingen had bij mijn keuze om het afwerken van mijn studies te combineren met een voltijdse job. Maar hij gaf mij een opdracht. Ik moest een managementuitdaging kiezen bij mijn werkgever en grondig beschrijven en analyseren. En hij schreef: “Vervolgens ga je kort de filosofie van evidence-based management bespreken en uitleggen hoe je deze wil toepassen op het probleem.”

Cédric had die term nog nooit gehoord. Frederik stuurde hem een artikel van Jeffrey Pfeffer en Robert Sutton en een tekst van Denise Rousseau, pioniers van evidence-based management. Hun uitgangspunt: belangrijke managementbeslissingen zouden niet alleen mogen steunen op intuïtie, gewoontes of populaire ideeën, maar ook op het best beschikbare wetenschappelijke bewijs. “Toen ik dat las, is er iets geklikt. Ik wist: dit is mijn rol.”

Eigenlijk zat de reflex er voordien al in. Tijdens zijn stage vergeleek hij voortdurend wat hij op de universiteit had geleerd met wat hij in de praktijk zag. “Ik dacht vaak: in de lessen hebben we dit geleerd, maar hier gebeurt iets anders. Zoals veel pas afgestudeerden kwam ik daar waarschijnlijk nogal assertief mee naar buiten.” Zijn leidinggevende gaf hem toen een belangrijke les mee. “Ze zei: ‘Cédric, je weet veel, maar je moet ook weten wanneer je moet zwijgen. En vooral wanneer je moet luisteren.’ Ik ben blij dat iemand mij toen heeft geholpen om daarin te navigeren. Veel weten is één ding. Begrijpen wanneer en hoe je die kennis inzet, is iets anders.”

Vanaf dat moment was duidelijk hoe Cédric wilde werken. “Niet zomaar aannemen dat iets klopt omdat iemand het overtuigend vertelt, omdat iedereen het doet of omdat het logisch klinkt. Ik wil weten waarop iets gebaseerd is.”

Evidence-based als levenshouding

Wat begon als een professionele overtuiging, werd gaandeweg een manier van denken. “Dat evidence-based denken is vrij snel doorgesijpeld naar andere delen van mijn leven. Het is niet zo dat ik voor elke beslissing een systematische literatuurstudie uitvoer (lacht). Maar wanneer ik naar een dokter of kinesist ga, zoek ik soms zelf de meta-analyses op, omdat ik wil begrijpen waarop een advies gebaseerd is.”

Ook bij gezondheidstrends duikt die reflex op. “Als iemand zegt dat ik aan cold-water immersion moet doen of regelmatig in een ijsbad moet gaan zitten, wil ik controleren wat we daar werkelijk over weten. Hetzelfde geldt voor voeding, training of blessures. Uiteraard weet ik wel dat toegang tot wetenschappelijke informatie mij geen dokter maakt. Maar ik wil dingen niet zomaar voor waar aannemen.”

Van Ieper naar Brussel

Cédric bleef tijdens zijn eerste werkervaring geïnteresseerd in onderzoek. Een academische loopbaan was nochtans geen uitgestippeld plan. Een eerste thesisbegeleider vroeg hem ooit of hij geen doctoraat wilde maken, maar nadat een andere professor zijn thesis stevig had bekritiseerd, raakte hij gedemotiveerd. Het idee kwam terug toen een voormalige medestudent zijn naam noemde bij Frederik Anseel, die onderzoekers zocht voor de Innovation Research Group. Frederik vroeg hem of hij wilde doctoreren. Dat kwam op een moment waarop Cédric al sterk voelde dat hij Ieper wilde verlaten. “Ik wilde mijzelf op een andere manier kunnen uitdrukken en de wereld ontdekken. Ik had zelfs overwogen om naar Londen of Parijs te verhuizen, maar door de financiële crisis van 2008 was dat niet het ideale moment. Toen de mogelijkheid kwam om aan de Universiteit Gent te werken, dacht ik: waarom niet?” Hij verhuisde uiteindelijk niet naar Gent, maar naar Brussel.

Het had ook anders kunnen lopen

Voor zijn academische loopbaan een steeds grotere plaats innam, was Cédric intensief met paardensport bezig. “Op een bepaald moment overwoog ik om er mijn beroep van te maken. Mijn lesgever geloofde in mij, maar om professioneel iets op te bouwen in de paardensport heb je veel geld of een sterk netwerk nodig.”
Toen hij besloot om naar Brussel te verhuizen, stopt het hoofdstuk met de paardensport. “Het grappige is dat er ondertussen ook zoiets bestaat als evidence-based horsemanship. Mocht ik ooit terugkeren, zou diezelfde reflex er dus opnieuw zijn.”

Volgens Cédric maakt het uiteindelijk niet zoveel uit in welk domein hij terechtkomt. “Zelfs als ik bakker zou worden, zou ik willen begrijpen wat de invloed is van temperatuur, water en meel op het brood. Vakmanschap en intuïtie zijn belangrijk bij het maken van brood, maar ook daar zit wetenschap achter.”

Vlaanderen als epicentrum

Aan de Universiteit Gent werkte Cédric aanvankelijk rond creativiteit en innovatie. De onderzoekers merkten al snel hoeveel onbewezen aannames in dat domein circuleerden. “We zagen hoeveel foute ideeën er bestonden over creativiteit en innovatie, zoals de verhalen over het linker- en rechterbrein. We dachten: misschien moeten we niet alleen onderzoek doen, maar ook het evidence-based denken zelf helpen verspreiden.”

Met de steun van Frederik Anseel nam Cédric contact op met het Center for Evidence-Based Management. Hij reisde naar Londen, ontmoette internationale voortrekkers en bouwde samenwerkingen uit. “Ik heb veel aan Frederik te danken. Hij gaf mij de ruimte om initiatieven te nemen en dingen te organiseren.”
Er kwamen events, lerende netwerken en samenwerkingen. Ook in de publieke sector groeide de belangstelling. Selor (vandaag Werkenvoor.be) organiseerde in 2013 onder leiding van Vincent Van Malderen een groot evenement rond evidence-based HRM. “Frederik presenteerde er en ik maakte een review op basis van een vraag van toenmalig staatssecretaris Hendrik Bogaert. Het idee was om te tonen: wat kunnen we uit de wetenschappelijke literatuur halen?”
Volgens Cédric hielp de kritische houding van publieke organisaties ook om de lat voor externe dienstverleners hoger te leggen. “Wanneer een grote publieke speler begint te vragen waarop een instrument gebaseerd is en of het werkelijk werkt, voelen ook consultancybedrijven dat.”

Was hij daarmee een van de pioniers van evidence-based HR in Vlaanderen? “Frederik was binnen onze vakgroep de eerste die de term echt op de kaart zette. Hij gaf mij vervolgens de kans om initiatieven te ontwikkelen. We waren ook niet de enigen.”

Betere beslissingen nemen

Wanneer ik hem vraag of evidence-based denken in HR zijn levenswerk is, denkt Cédric even na. De missie lijkt breder te zijn.”Ook als ik ooit van rol verander, zal mijn reflex blijven hoe ik als persoon, als lid van een organisatie of als deel van een gemeenschap kan helpen om betere beslissingen te nemen.”

Wat evidence-based werken precies betekent, is volgens hem bovendien nog altijd in ontwikkeling. “Wetenschappelijk onderzoek is belangrijk, maar je moet ook rekening houden met data uit de eigen context, professionele expertise en de ervaringen, belangen en waarden van je stakeholders. Bij maatschappelijke of politieke beslissingen spelen bijvoorbeeld ook ideologie en waarden een rol. Je kunt niet doen alsof wetenschap elke keuze voor ons kan maken.”

Mocht hij ooit de politiek ingaan, zou hij alvast vragen naar systematische reviews en relevante data. “Maar je mag geen technocraat worden. Wetenschap kan informeren, maar neemt de politieke of morele keuze niet over.”

Hij merkt bovendien dat het label evidence-based soms gebruikt wordt om beslissingen meer gezag te geven, terwijl niet alle relevante bronnen, contexten of betrokkenen meegenomen zijn. Toch ziet Cédric zichzelf niet als iemand die voortdurend op zoek gaat naar mythes om ze vervolgens publiekelijk te ontmaskeren. “Mijn doel is niet om elke dag het volgende onrecht te zoeken waartegen ik mijn stem moet verheffen. Als ik de informatie heb en iets kan bijdragen, zal ik reageren. Maar mijn bijdrage ligt vooral in organisaties helpen om in eer en geweten tot betere beslissingen te komen.”

Werk als deel van zijn identiteit

Werk neemt een belangrijke plaats in zijn leven in, omdat zijn professionele rol nauw verbonden is met hoe hij naar de wereld kijkt. “Als iemand vraagt wat ik doe, zeg ik meestal dat ik organisaties adviseer over hoe ze een goede werkgever of een goede baas kunnen zijn. Iedereen heeft daar een mening over. Ik probeer daarom te kijken wat de wetenschap ons leert, welke data we kunnen analyseren en hoe we kritisch kunnen nadenken, zodat we niet gewoon nog een mening verkondigen.”

Stoppen met werken kan hij zich moeilijk voorstellen.“Ik heb een oma die 95 is en nog in heel goede gezondheid verkeert en een grootvader die honderd wordt. De kans dat ik oud word, is dus niet onrealistisch. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat ik op een bepaalde dag zeg: nu is het gedaan. Misschien zal ik minder werken, maar stoppen met lezen, onderzoeken of schrijven? Dat zie ik niet meteen gebeuren.” (lacht)

Een ander soort vakmanschap

In een parallelle wereld was Cédric waarschijnlijk in de horeca terechtgekomen. Zijn moeder had een pralinewinkel, zijn vader was kok en zijn oom had een restaurant. Zodra hij oud genoeg was, begon hij als jobstudent in het restaurant van zijn oom. Later werkte hij onder andere in ‘In De Wulf’, het voormalige restaurant van Kobe Desramaults in Dranouter. “Eigenlijk deed ik het heel graag. Ik vond het fijn om uit te leggen wat er op het bord lag, welke wijn mensen dronken en ervoor te zorgen dat ze tevreden naar huis gingen.”

Dat hij er geen loopbaan van maakte, heeft met de toenmalige horecacultuur te maken. De uren waren zwaar en na de shift werd er vaak gefeest en gedronken. Ook brood bakken trekt hem aan. “Het geeft mij enorm veel voldoening om met mijn handen iets te maken en dat brood uit de oven te zien komen. Als ik ooit iets zou doen waarbij ik minder met mijn hoofd en meer met mijn handen werk, zou het waarschijnlijk iets met voeding zijn.”

Of met dieren. “Toen ik nog met paarden bezig was, vond ik zelfs het uitmesten van de stallen fijn. Buiten zijn, in het vuil werken, dieren verzorgen: ik deed dat graag. Ik weet niet of ik boer zou kunnen zijn, maar ook dat leven spreekt mij wel aan.”

Terug naar de roots

Cédric verhuisde naar Brussel om een ander deel van zichzelf te ontdekken. Hij ging naar tentoonstellingen, concerten, dansvoorstellingen en feestjes. Maar de laatste jaren voelt hij opnieuw een sterkere behoefte aan natuur. Zeker sinds corona is het stedelijke leven minder prominent geworden. Hij trekt nu veel vaker naar het Zoniënwoud.”

Ook wanneer hij vrienden in Zwitserland bezoekt, voelt hij hoe vanzelfsprekend hij zich in een landelijke omgeving beweegt. “Iedere keer denk ik: ik ben hier helemaal in mijn element.”

Zijn guilty pleasures zijn series waarin mensen de stad verlaten en terugkeren naar hun roots op het platteland. “Virgin River of Sullivan’s Crossing bijvoorbeeld, beiden behoorlijk melig. Of Yellowstone, voor het betere neo-Western drama. Niet alleen het landschap spreekt mij aan, maar ook het idee dat je leven meer wordt bepaald door het weer, dieren en de natuur, en dat mensen in kleinere gemeenschappen elkaar helpen.”

Of hij ooit naar Ieper terugkeert, weet hij niet. Zijn moeder en oma worden ouder. Ook de Ardennen, waar hij als kind elke zomer kwam, trekken hem aan. “Mijn zus heeft al geopperd om later samen iets in Wallonië te kopen, met elk onze eigen ruimte en ook gedeelde plekken. Misschien kunnen we op die manier voor elkaar zorgen. Het is niet concreet, maar het idee speelt wel.”

Van wetenschap naar stoïcisme

Enkele jaren geleden downloadde Cédric Waking Up, de meditatie-app van Sam Harris. Eerdere meditatie-apps hield hij nooit lang vol, hoewel hij wist dat er evidentie bestaat voor de positieve effecten van mindfulness. “Sam Harris begeleidt meditaties, maar geeft ook veel uitleg. Hij spreekt over boeddhisme en spiritualiteit zonder zelf gelovig te zijn. Hij toont dat filosofische en religieuze tradities waardevolle ideeën bevatten over wat een goed leven is.”
Die intellectuele benadering hielp Cédric om te blijven mediteren. Via de app maakte hij ook kennis met het stoïcisme. “Ik weet er nog niet genoeg over om mezelf een beoefenaar te noemen, maar veel ideeën spreken mij aan en pas ik wel toe.”

Vooral de verwantschap met cognitieve gedragstherapie fascineert hem. “Wist je dat Albert Ellis, een van de grondleggers daarvan, veel inspiratie haalde uit het stoïcisme?” Het idee dat je niet alles wat je overkomt kunt controleren, maar wel hoe je erop reageert, vind je in beide terug.”

Het stoïcisme gaat voor hem niet alleen over het leren aanvaarden dat dingen niet altijd lopen zoals je wilt en vervolgens kijken wat binnen jouw controle ligt, maar ook over actieve training. Veerkracht is iets wat je kunt opbouwen door jezelf bewust bloot te stellen aan uitdagingen en ongemak.” Die gedachte bracht hem bij het lopen.

De code van je lichaam kraken

Rond zijn veertigste besloot Cédric aan zijn conditie te werken door te lopen. Via YouTube kwam hij niet veel later bij video’s over ultralopen terecht. “Ik zag mensen door bergen en natuur lopen. Ik wandel graag en ben graag in de bergen. Ik dacht: dit is eigenlijk fantastisch.”

Enkele maanden nadat hij begon te lopen, schreef hij zich in voor zijn eerste trailrun van 33 kilometer. Daarna werden de afstanden steeds langer. “Mijn uitgangspunt was: dit zal moeilijk worden, maar ik wil leren om met waardigheid te aanvaarden wat er onderweg gebeurt.”

Cédric nam de afgelopen jaren deel aan verschillende ultralopen van 100 mijl of zo een 160 kilometer. De finish bereikte hij nog nooit. Tijdens een wedstrijd in Toscane moest hij na 98 kilometer stoppen omdat hij onderkoeld dreigde te raken. “Het regende, het was koud en mistig. Ik begon hevig te bibberen en kreeg mezelf niet meer warm. Je loopt daar vaak alleen, in gebieden zonder gsm-bereik. Verdergaan was niet verstandig.” Hij was niet boos of ontgoocheld. Zes maanden later startte hij in de Mercantour, met als doel na een tocht over de bergen te finishen op het strand van Nice. Na ongeveer 128 kilometer moest hij opnieuw stoppen. “Mijn hamstrings deden zoveel pijn dat ik haast niet meer vooruitkwam. Bij het medische team bleek dat ik zwaar uitgedroogd was.”

Conditioneel zat hij nochtans goed.“Ik bevond mij nog bij de eerste honderd van ongeveer zeshonderd deelnemers. Ik heb toen geleerd dat het niet louter gaat om conditie of karakter. Maar ik zweet veel en verlies veel zout. Bij ultralopen moet je eigenlijk de code van je eigen lichaam kraken. Hoeveel moet ik drinken? Wat moet ik eten? Welke kledij werkt? Welk tempo kan ik volhouden?” Ook daar komt zijn evidence-based reflex terug. Tegelijk leert het ultralopen hem waar de grenzen van onderzoek liggen.

Wanneer wetenschap een kunst wordt

De omstandigheden van een ultraloop kan je niet perfect nabootsen in een laboratorium. Onderzoek geeft richting, maar onderweg krijg je voortdurend feedback van je eigen lichaam. Je leert uit eerdere wedstrijden en uit de ervaring van coaches. Dat inzicht veranderde ook zijn kijk op evidence-based werken. “Ik begrijp daardoor ook beter wat artsen ervaren. Ze kennen het onderzoek, maar vervolgens zit er één specifieke patiënt voor hen, met een uniek lichaam en een eigen voorgeschiedenis.”

Misschien is evidence-based practice daarom voor een deel ook een kunst. “Je gebruikt onderzoek en data, maar op een bepaald moment moet je ook luisteren naar professionele expertise, naar de mensen rondom je en naar wat je zelf waarneemt en voelt.”

“Misschien had het groter kunnen zijn”

Is hij tevreden met wat hij tot nu toe heeft bereikt? “Ikzelf wel.” Maar er volgt meteen nuance. “Soms vraag ik mij af of anderen niet zouden zeggen dat er meer in zat. The Vigor Unit bestaat al meer dan tien jaar. We hebben naamsbekendheid opgebouwd en ik heb een bepaalde reputatie, maar we zijn nog altijd een kleine organisatie.”

Misschien had een commerciëlere of ambitieuzere aanpak tot een groter bedrijf geleid. “Er zullen mensen zijn die denken: als je sterker op groei had ingezet, had je vandaag verder kunnen staan. Maar ik ben nooit vertrokken vanuit het idee dat ik een zo groot mogelijk bedrijf wilde bouwen. Ik wilde inhoudelijk goed werk leveren, organisaties helpen en bijdragen aan betere beslissingen.”

De vraag is ook wat meer precies betekent. Een grotere organisatie? Meer medewerkers? Meer omzet? Of meer impact op hoe mensen nadenken?
Toen Cédric bijna twintig jaar geleden voor het eerst de teksten van Denise Rousseau las, was evidence-based management in Vlaanderen nog nauwelijks bekend. Vandaag stellen organisaties vaker kritische vragen bij modellen, instrumenten en managementtrends. Waarop is dit gebaseerd? Wat weten we werkelijk? En werkt wat we doen ook in deze specifieke context? Die evolutie is uiteraard niet het werk van één persoon. Maar Cédric hielp ze wel mee in beweging zetten.
Een levenswerk hoeft niet altijd groot te worden in omvang om groot te zijn in betekenis. Impact kan ook in de vragen zitten die anderen dankzij jou zijn beginnen te stellen. Want wat begon met één vervangende opdracht tijdens zijn laatste studiejaar, groeide uit tot een professionele missie en uiteindelijk tot een manier om naar de wereld te kijken. Niet alleen naar organisaties en werk, maar ook naar gezondheid, sport en het leven zelf.

En terwijl Cédric anderen helpt om betere beslissingen te nemen, blijft ook zijn eigen denken evolueren. De wetenschap biedt kennis, maar niet altijd zekerheid. Onderzoek geeft richting, maar niet elk antwoord. Soms moet je ook luisteren naar ervaring, naar anderen en naar wat je eigen lichaam je vertelt.

Misschien is dat ‘de kunst’ van evidence-based denken…

Auteur: Lesley Arens

Op de hoogte blijven als we nieuwe verhalen delen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meer verhalen?

Barbara

Coördinator Villa Zomernest

“Ze is hier nog. En ze is hier ook niet meer”

Ontdek

Koen

Directeur JINC

“Eén zin kan een leven veranderen.”

Ontdek

Nora

Boomverzorgster

“Daarboven valt alle ruis weg”

Ontdek