In een werkplaats in de Anderlechtse Florimond de Pauwstraat ruikt het naar eikenhout, ceder, hars en fijne mechaniek. Tussen de houtkrullen, klavieren en glanzende pijpen, vormt Johan Deblieck de klank voor concertzalen en kathedralen. Van de Thomaskirche in Leipzig tot het hoogaltaar van de Notre Dame in Parijs. Johans handgemaakte kistorgels en positieven worden bespeeld door de absolute wereldtop. “Soms is er wat toeval nodig om je passie te ontdekken.”
“Ik ben een doe-mens en dat is niet vreemd als je weet dat ik uit een familie van houtbewerkers, meubelmakers, architecten en beeldhouwers kom. De enige muzikale link in de familie was mijn grootmoeder, die als liefhebber piano speelde. Dus begon ik als achtjarige ook met notenleer en piano aan de Rijksmuziekacademie van Anderlecht. Toen ik vijftien werd veranderde alles. Op het gouden huwelijksjubileum van mijn grootouders, in de Sint-Guidokerk in Anderlecht, zat er een vriend van de familie achter het orgel. Ik sloop naar het doksaal en was meteen gefascineerd door het instrument. Wist ik toen veel dat die man Robert Kohnen was, een van de grootste barokspecialisten ter wereld die mee aan de wieg stond van bekende ensembles.”
Sprong in het duister
“Uiteindelijk trok ik naar het conservatorium om orgel te studeren, al wist ik echt niet wat ik met dat diploma zou aanvangen. Ik zag mij niet meteen als lesgever aan de slag gaan en ik wilde evenmin een muziekcarrière opbouwen op de gangbare orgels in de buurt. Robert voelde mijn twijfel en nodigde mij uit om een kijkje te gaan nemen naar het atelier van orgelbouwer Patrick Collon in Laeken. En voor de tweede keer in mijn muzikaal leven zag ik het licht. Zodra ik daar binnenkwam, was ik verkocht. Dit wou ik echt doen. Ik ben er begonnen als leerjongen, een leertijd die vier jaar zou duren. Nadien heb ik er nog 5 jaar gewerkt. Nadien ben ik op mijn zolderkamer met mijn eigen bedrijf begonnen. Daar bouwde ik mijn eerste instrument.”
“Had ik wel de juiste smaak? Was ik wel goed genoeg? En toen greep het toeval nog maar eens in. Mijn grootvader, die niet eens wist dat ik zoekende was, nam me mee naar de Florimond de Pauwstraat waar hij de deur opende van een pand dat hij blijkbaar bezat: een lege ruimte van zes meter breed en dertig meter lang. Hij keek me aan en zei: Voilà Johan, dat is voor u. Dat was voor mij het signaal om op mijn eigen benen te gaan staan.”
Johann Sebastian Bach
“Omdat de opdrachten niet uit de lucht komen vallen, besloot ik om zelf twee orgelpositieven te bouwen. Dat zijn compacte, verplaatsbare kistorgels die gebruikt worden voor continuo in orkesten of barokconcerten. Na een bezoek aan een beurs aan het Conservatoire Supérieur in Parijs, kon ik er zo één verhuren. Twee weken later kreeg ik te horen dat alle vijf de professoren van het eerbiedwaardige instituut unaniem beslist hadden om het instrument aan te kopen. Dat was een ongelooflijke boost. Het betekende dat ik iets kon wat de buitenwereld waardeerde. Niet lang daarna volgde een bestelling van het ensemble Les Arts Florissants van William Christie.”
“Tien jaar lang stond ik op de beurs Musicora in Parijs, en keerde ik telkens met meerdere bestellingen terug. Rond 2000 klopte ook het beroemde Bach-Archiv uit Leipzig aan. Ze hadden vernomen dat ik een groter type positief had ontwikkeld, met een hogere kast, waardoor de klank veel meer draagkracht en uitstraling krijgt. En dat had de aandacht getrokken. Ik mocht een instrument leveren dat gebruikt zou worden op het Bachfest in de Thomaskirche, nota bene de plek waar Johann Sebastian Bach zelf 27 jaar lang cantor was geweest. Toen heb ik toch even moeten slikken.”
Grote kathedralen
“Het absolute toppunt kwam op een doordeweekse winterdag, op 13 januari 2023, toen ik de telefoon opnam en de Directrice van de Maîtrise van de Notre-Dame de Paris aan de lijn hing. Ze vertelde me dat Yves Castagnet, de organist-titularis van het koororgel in de Notre-Dame, haar had gevraagd mij te contacteren om als enige een offerte in te dienen voor een nieuw orgelpositief. Intussen staat mijn orgel vooraan in de pas gerestaureerde kathedraal, vlak achter het hoogaltaar.”
“Het succes dat ik met die kleine positieven heb geoogst is het gevolg van een bewuste keuze. Om grote kerkorgels te bouwen heb je een heel team nodig, met alle menselijke en financiële beslommeringen van dien. Een kistorgel kan ik vrijwel alleen bouwen in mijn eigen atelier. Ik heb het proces altijd kleinschalig, intiem en beheersbaar gehouden.”
“Mijn instrumenten reizen ondertussen de hele wereld rond: van het Conservatoire de Genève, de Berliner Dom, Rias Kammerchor Berlin tot de ‘Juilliard’ in New York. Het maken van de mechaniek en de houten kasten is precisiewerk. Ik leg daar mijn hart en ziel in. De houtkeuze is cruciaal. Voor de basnoten een zachter hout zoals ceder. Eik en kers laten de hogere klanken beter tot hun recht komen. Het is een kwestie van jarenlange ervaring, vallen en opstaan. De échte voldoening zit in de intonatie: het afstellen van de klank. Door de pijpen met fracties van millimeters aan te passen, verander je de luchtstroom, de aanspraak en de klankkleur, die de ziel van het instrument bepalen … dit is puur op buikgevoel en gehoor.”
En kleine dorpjes
“Ik word dit jaar 66, maar van pensioen wil ik nog niet weten. Integendeel, ik sta aan de vooravond van wat mijn grootste innovatie zou kunnen worden. Bij kleine orgels heb je vaak dat pijpenreeksen elkaar overlappen op verschillende octaven, waardoor je voor dezelfde klank twee pijpen hebt. Samen met een oud-medewerker heb ik een windcombinatiesysteem uitgedacht waarbij we dezelfde pijpen slim hergebruiken. Zo kun je met minder pijpen toch een volwaardig, rijk en uiterst compact instrument maken, dat heel makkelijk te transporteren is. Zonder dat het prototype al helemaal klaar is, heb ik al 38 aanvragen voor dit nieuwe model op mijn bureau liggen. Daar wil ik de komende jaren absoluut nog werk maken. Het geeft mij de kans om op een eenvoudige manier verder te blijven creëren.”
“Ik was onlangs op vakantie Crozon, in Bretagne. Ik wandelde er een lokaal kerkje binnen en zag bij de uitgang een flyer liggen. De kerk zocht sponsors om geld in te zamelen voor de aankoop van een nieuw orgel. Ik sloeg de folder open en zag tot mijn grote verbazing dat het om mijn eigen orgelpositief ging. Dat je op een afgelegen schiereiland geconfronteerd wordt met je eigen werk … dat maakt mij oprecht blij.”