“Ik wens mijn jongere zelf een oudere, wijze vriend toe die af en toe de juiste vragen stelt”

“Ik wens mijn jongere zelf een oudere, wijze vriend toe die af en toe de juiste vragen stelt”

Luckas  

Vander Taelen

Auteur, opiniemaker, acteur en zanger

Belandde je in het leven elders dan je waar je je voorstelde? Hoe zagen de wendingen op je pad eruit? Wat bleef doorheen je verrassende of zelfs onlogische keuzes toch onbewust de leidraad? En wat zien professionele kameleons uiteindelijk als hun levenswerk? Onze nieuwe vraagstaart spit het brein uit van telkens weer een andere markante zigzagger.

Een tafelspringer is Luckas Vander Taelen (1958) niet. In panels van talkshows zul je hem zelden spotten. Toch doet zijn naam vaak een belletje rinkelen. De in Brussel ingeweken Aalstenaar en zelfverklaarde einzelgänger was regisseur, leraar, reportagemaker en politicus en is nog steeds auteur, opiniemaker, acteur en zanger.

Na een studie geschiedenis aan de VUB volgen twee stoffige jaren in de Koninklijke Bibliotheek. Het ambtenarenbestaan blijkt niet zijn bestemming. Samen met boezemvriend Marcel Vanthilt zet hij zonder afgelijnd plan een eigenzinnige raid op Hilversum in om diens programma Roodvonk te pitchen bij Nederlandse zenders. Tot hun eigen verbazing volgt er een telefoontje van de VPRO. Het wordt het kantelpunt van een loopbaan die hij telkens weer vormgeeft door af te gaan op instinct.

Hij komt aan de bak als regisseur van reportages voor Strip-Tease (RTBF), later voor het toen nog piepjonge VTM. Vander Taelen maakt als regisseur de gelauwerde reeks De laatste getuigen met Belgische overlevenden van de concentratiekampen.
Later geeft hij les aan de filmschool RITCS. Vooral zijn entree in politiek wordt bepalend: eerst als Europees Parlementslid voor Agalev (Groen), dan als schepen in Vorst en Vlaams parlementslid. Het pluche betekent een nieuwe wereld die de historicus gretig betreedt, maar het wordt een confrontatie met zijn eigen grenzen en ongeduld. Een passage als intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) wordt een koude douche.

Sinds 2011 publiceert Luckas Vander Taelen boeken en artikels. De teller staat anno 2026 op elf boeken en een massa vlammende columns. Vooral over Brussel schrijft hij met passie en verontwaardiging, waarbij hij op zere tenen trapt en heilige huisjes sloopt. Zijn recente boek Het Brusselse Moeras (Ertsberg, 2026) schreef hij met econoom en sinoloog Jan Wostyn. Luckas Vander Taelen blijft publiceren in Doorbraak, De Standaard en De Tijd en hij staat op het podium als conférencier met zijn nieuwe voorstelling Het is wat het is, een bitterzoete terugblik op wat was.

De kameleonvraagstaart

Wat betekent wendbaarheid voor jou?

“Dat je van richting kan veranderen zonder jezelf te verliezen. Mijn parcours was bochtig: van bibliotheek naar media naar politiek en weer terug naar schrijven en spelen. Ik heb altijd gretig toehapt wanneer er weer eens iets interessants voorbijfietste. Ik wilde telkens een nieuwe wereld binnenstappen en kijken of ik er iets kon betekenen. Vaak was het antwoord ja, maar soms ook overduidelijk nee.”

Welke gewoonte of overtuiging heb je de voorbije jaren bewust losgelaten?

“Ik ben geen opportunist, anders zat ik nu nog in het Europees parlement. Ik moest nooit overtuigingen loslaten omdat ik telkens de eer aan mezelf hield als het me ergens niet beviel. Maar ik heb moeten aanvaarden dat bepaalde functies mij niet liggen, hoe aantrekkelijk ze eerst ook leken.”

Welke eigenschap bewonder je het meeste in mensen die in de chaos overeind blijven?

“Wie trouw aan zichzelf blijft in de storm is sterk, want chaos ontmaskert. Iemand als Bart De Wever groeit in een crisis boven zichzelf uit. Als Vlaams nationalist wordt hij opgehemeld in de Franstalige pers, stel je voor. Terwijl de politiek véél mensen telt die nooit groeien.”

Wat is de meest waardevolle bocht die je ooit in je carrière gemaakt hebt?

“Van de Koninklijke Bibliotheek naar de media. Ik was BTK’er, in een statuut voor jonge werklozen. Ik had er kunnen blijven met alle zekerheid van een ambtenarenbestaan. Op menselijk vlak heb ik er veel geleerd, maar het was me te voorspelbaar. Het avontuur dat ik indook, was de bocht waarmee alles begonnen is.”

Wat is het dapperste dat je ooit gedaan hebt door ‘nee’ te zeggen?

“Dat ik nee zei tegen de gemakkelijkheid. Ik was van 1982 tot 1999 freelancer, op zes maanden vast contract bij VTM na. Zeker in het begin was het financieel heikel, maar freelancen werd de mooiste tijd van mijn loopbaan. Ik geloof in mijn creatieve talent en ik ben enorm nieuwsgierig. Ik ging er ook vanuit dat ik altijd wel iets zou vinden”.

Welk talent dat je niet bezit, had je graag gehad?

“Een wetenschappelijke geest. Van mijn cursus fysica begreep ik geen blaas, ik keek daar met horror tegenaan. Jammer dat ik niet het dubbele talent had van mijn vader, die tegelijk leraar Latijn was maar ook alles van techniek begreep.”

Wat is de meest onconventionele beslissing die je nam, die achteraf verrassend goed uitpakte?

“Zonder afspraak naar Hilversum rijden, bij alle zenders binnenstappen en hopen dat iemand ons zou oppikken. Absurd, maar die brutaliteit werkte.”

Welke vorm van creativiteit wordt onderschat? En wanneer ben je zelf op je creatiefst?

“Improvisatie. Ik werd ooit gevraagd om op een evenement van een matrassenfabrikant te spreken. Géén idee wat ik daar zou vertellen, maar ik pakte de zaal in. In het Nederlands en het Frans. Voor Strip-Tease had ik ook nooit een vast scenario. Improviseren is een talent dat ik ontwikkelde bij de RTBF. Ik probeerde het ook bij het VAF, maar daar viel het op een koude steen.”

Is er een discipline die je nodig hebt, maar waar je mee worstelt?

“Met discipline zelf. Af en toe had ik de dingen beter moeten voorbereiden in plaats van te denken dat het wel goed zou komen.”

Wat is voor jou het verschil tussen koppig zijn en volhardend blijven?

“Volharden is vanuit je overtuiging doorgaan, vasthouden aan je principes maar ook bereid zijn om je aan te passen. Koppigheid is rigide zijn, verstard en weigeren jezelf in vraag te stellen. Misschien ben ik stilaan een oude z*k, maar ik pas er toch voor op om niet in die val te trappen.”

Wat is je grootste succes en welke prijs heb je daarvoor betaald?

“Mijn periode bij Strip-Tease en later De laatste getuigen behoren tot het beste wat ik gemaakt heb. Ik vind niet dat ik daar een prijs voor betaald heb. Een wereld die ik absoluut niet kende heeft mijn leven veranderd en mijn blik fundamenteel verbreed. Mijn foute beslissingen heb ik wel cash betaald.”

Wat is je huidige gemoedstoestand?

“Gepensioneerd zijn is de eerste levensfase waarna er in principe niets meer komt. Dat is ook een thema in mijn nieuwe solovoorstelling Het is wat het is. Veel in het leven is gericht op jongere mensen. Je wendbaarheid loopt dan tegen haar grenzen aan en het is jammer dat de maatschappij niet zorgt dat je dan nog aan de bak komt. Ervaring van zeventigers kan enorm relevant zijn.”

Welke rol speelt toeval bij succes?

“Mijn carrière werd voor een flink stuk door toeval bepaald: de ontmoeting met Marcel Vanthilt, het telefoontje van de VPRO, het aanbod van het aanbod van Agalev voor een verkiesbare plaats aanboden op de Europese lijst, mijn verkiezing als schepen… Dat teken je niet uit. Je moet het wel herkennen als het zich aandient.”

Wat was je meest leerrijke tegenslag?

“Mijn passage bij het VAF. Niet de droomjob die ik verwachtte en ik bleek ook geen team te kunnen leiden. Ik werd er dan ook buiten gegooid. Die functie had ik totaal verkeerd ingeschat en mezelf ook. Ik dacht dat ik daar mijn creativiteit en visie zou kunnen loslaten op de Vlaamse filmwereld, maar het ging over beheren, selecteren, afwegen en mensen teleurstellen. Daar leerde ik dat je heel hard kunt falen in iets wat je op papier perfect lijkt te passen.”

Wat helpt jou om niet te verharden of te verzuren?

“Vooral lezen en blijven schrijven. Ik heb veel meer aan lectuur dan aan beeld.”

Zijn er dingen waar je ondanks al je ervaring nog fundamenteel over twijfelt?

“Of mensen fundamenteel kunnen veranderen. Ik heb de indruk dat je, ondanks alles, ergens toch altijd diezelfde zevenjarige blijft.”

Welke kwetsbaarheid mag volgens jou vaker zichtbaar zijn?

“Kwetsbaarheid zelf. Dat je voor jezelf durft toe te geven wanneer iets mislukt. Zeker als je veel kritiek uit zoals ik doe in mijn columns over Brussel of vroeger als schepen en parlementslid, moet je ook in eigen boezem durven kijken.”

Hoe kom je tot je beste ideeën en hoe maak je er ruimte voor?

“De beste ideeën komen op de meest onverwachte momenten. Soms door iets te lezen dat op het eerste gezicht niets met het onderwerp te maken heeft. Het mirakel van lege blad blijft me verbazen. Ik moet iets schrijven, heb enkel een vaag idee en een uur later staat het er.”

Welk aspect van jouw persoonlijkheid probeer je te temperen?

“Mijn gebrek aan empathie. Ik ben opgegroeid zonder vader en heb vroeg geleerd mijn plan te trekken. Mijn moeder controleerde mijn huiswerk niet, maar ik was wel een goede leerling. Ik heb ook nooit in een groep geleefd. Bij de scouts voelde ik me niet thuis. Het zorgde ervoor dat ik weinig geduld heb met mensen die minder zelfstandig denken.”

Wat zie je als je levenswerk?

“Het filmportret dat ik voor Strip-Tease maakte van Martha, mijn ‘groottante’, een vrouw die als jong meisje bij mijn overgrootouders als au-pair werkte en voor mij een tweede grootmoeder werd. Dat filmpje van dertien minuten is het mooiste wat ik ooit gedraaid heb. Daarnaast zeker ook fragmenten uit De laatste getuigen.”

Wie is jouw favoriete historische personage?

“Winston Churchill.”

Wie vergeef je wat nooit?

“Mezelf vergeef ik niet dat ik veel dingen niet gezien heb, niet beseft heb en verkeerde beslissingen heb genomen. Natuurlijk kan ik ook een lijst maken van mensen die mij iets in de weg hebben gelegd, maar nee.”

Welke vraag zouden leiders zichzelf vaker moeten stellen?

“Of ze niet beter eens met een historicus zouden praten. De geschiedenis blijft zich herhalen in mechanismen, in hoogmoed, in blindheid en in overschatting van macht. Zoals Churchill in 1915 in Gallipoli mocht ervaren, lang voor zijn militaire successen.”

Welk boek, lied of kunstwerk is jouw kompas?

“De Vlaamse primitieven vind ik grote kunst. Zo’n werk van Rogier van der Weyden, dat blijft me fascineren. Op muzikaal vlak: Talking Heads. Die intelligentie, energie, speelsheid en vervreemding blijven werken.”

Wat zou jij je twintigjarige zelf willen vertellen?

“Praat eens met iemand. Ik heb bijna alles alleen beslist, zonder echt klankbord. Mijn vrouw kan erover meespreken. Ik wens mijn jongere zelf een oudere, wijze vriend toe die af en toe de juiste vragen stelt.”

Hoe wil jij graag herinnerd worden?

“Als een creatieve, eigenzinnige, sympathieke gast. Ik weet niet welk adjectief uiteindelijk het zwaarst zal doorwegen.”
Het Brusselse moeras met Jan Wostyn, bij uitgeverij Ertsberg

Auteur: Wieland De Hoon
Fotograaf: Sara Van den Bos

Op de hoogte blijven als we nieuwe verhalen delen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meer verhalen?

Luc

Tv-maker, radiodocent en ondernemer

“Ik heb zelden of nooit iets tegen mijn goesting gedaan”

Ontdek

Haissi

HR consultant en oprichter JuRi

“Ik ben wel een vechter” 

Ontdek

Barbara

Communicatiedirecteur

“Alles wat ik nodig had, paste in een rugzak”

Ontdek