Belandde je in het leven elders dan waar je je voorstelde? Hoe zagen de wendingen op je pad eruit? Wat bleef doorheen je verrassende of zelfs onlogische keuzes toch onbewust de leidraad? En wat zien professionele kameleons uiteindelijk als hun levenswerk? Onze nieuwe vraagstaart spit het brein uit van telkens weer een andere markante zigzagger.
Eric Kenis (1960) is nét met pensioen, maar dat betekent weinig. Dit jaar verscheen zijn boek Creatief en bipolair, een vergelijkende studie tussen zijn geestelijke kwetsbaarheid en die van beroemde figuren van wie je niet verwachtte dat ze bipolair waren. Kenis’ werk beweegt zich altijd rond de vraag hoe je als eigenzinnig karakter moet vechten voor je eigen plek.
Als germanist start hij zijn loopbaan met freelance taallessen voor bankiers en bedrijven. Later bouwt hij mee een businesstalenschool uit. Daar leert hij dat leren pas werkt wanneer het aansluit bij concrete noden: werknemers die Duits moeten spreken met klanten, chauffeurs die anderstalige collega’s opvangen, leidinggevenden die met echte problemen geconfronteerd worden. Om zijn kennis te verdiepen doet hij er zelf nog een MBA, antropologie en marketing bij.
Hij wordt in 1990 ontslagen wegens een overdosis ambitie, waarna hij een talencentrum opstart met het Vlaams netwerk van ondernemingen Voka en KU Campus Kortrijk. Tien jaar lang geeft hij taalles aan ondernemers, tot in 2000 e-learning terrein wint. De gedreven learnatic stort zich op levenslang leren voor ondernemers. Hij werkt rond ondernemerschap en innovatie en ontwikkelt lerende netwerken voor ondernemers en leidinggevenden.
Eric Kenis raakt gefascineerd door start-ups: mensen met bakken talent, drive en visie. Omdat ze zo vernieuwend denken, passen ze vaak niet in een klassieke organisatie. Hun ondernemersverhalen die hij jarenlang sprokkelt, schrijft hij vanaf 2013 neer in de reeks Hoek Af. Als ghostwriter volgt de autobiografie van Jo Lernout van het ooit zo veelbelovende spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie en Morgen op het menu verkent de toekomst van voeding.
Op zijn vijftigste ziet hij zijn bipolaire stoornis onder ogen. Na een professionele crash en een diagnose vallen de puzzelstukken op hun plaats. Met Creatief en bipolair geeft Eric Kenis zijn persoonlijke verhaal maatschappelijke draagwijdte. Hij noemt stoornissen als bipolariteit, psychose en schizofrenie onsympathiek: het zijn aandoeningen waar mensen liever niet te dicht in de buurt komen (in tegenstelling tot het knuffelbare ADHD of burn-out). Met zijn nieuwste boek wil hij ze helpen normaliseren.
De kameleonvraagstaart
Wat betekent wendbaarheid voor jou?
“De confrontatie dat ik zelf niet genoeg was om met alle leiderstypes te kunnen samenwerken. Ik functioneer goed in kleine, ondernemende organisaties, bij mensen die risico durven nemen en vooruit willen. Dat werd me vaak niet in dank afgenomen en daar liep ik zelf op stuk. Pas later verbond ik die crashes met mijn bipolaire stoornis. Wendbaarheid betekende daarna ook telkens met vallen en opstaan opnieuw leren beginnen, en dat is nog zacht uitgedrukt.”
Welke gewoonte of overtuiging heb je de voorbije jaren bewust losgelaten?
“Dat schuld en schaamte erbij horen. Ik voelde mij lang extreem verantwoordelijk voor teams, opdrachten en resultaten. Alles moest beter, sneller en vollediger dan wat me gevraagd werd. Lukte het niet, dan leek het alsof ik mensen in de steek liet. Ook mijn ziekte bracht onrechtstreeks schaamte mee. De ene keer deed ik te veel, de andere keer bracht ik er niets van terecht. Ik ben zelfs ooit gaan vragen om een loonsverlaging, omdat ik vond dat ik mijn loon niet waard was.”
Welke eigenschap bewonder je in mensen die in chaos overeind blijven?
“Kwetsbaarheid durven tonen. Mensen proberen het allemaal alleen op te lossen, ook al weten ze dat ze er niet alleen voor hoeven te staan. Er bestaat een enorme drempel om toe te geven dat iets niet lukt. Van zodra je die stap één keer zet, gaat het gemakkelijker. Sinds mijn boek word ik vaak aangesproken door mensen die me om raad vragen omdat ze hun mentale kwetsbaarheid camoufleren op hun werk of bij vrienden. Dan merk je hoe groot het taboe nog altijd is.”
Wat is de meest waardevolle bocht die je ooit in je carrière maakte?
“Me gaan bezighouden met jong, loslopend supertalent. Ik bedoel daarmee starters en ondernemers: slim en gedreven volk dat niet per se geschikt is om voor een baas te werken, maar overloopt van het potentieel. Vaak mensen met een hoek af, met fantastische ideeën, maar zonder kennis van financiën, markt, klanten of investeerders. Die wereld werd een rode draad in mijn loopbaan. Ik heb er enorm veel opgestoken over talent, drive, risico, maar ook over de kwetsbaarheid van mensen die altijd vooruit willen.”
Wat is het dapperste dat je ooit gedaan hebt door nee te zeggen?
“Nee zeggen is niet mijn sterkste kant. Voka-topman Jo Libeer leerde me dat ja zeggen goed is, maar dat er voorwaarden aan verbonden zijn. Dat je ook voorwaardelijk iets kunt toezeggen. Een ja, maar of een nee, tenzij. Een belangrijke les. Je moet je aan enkele basisvoorwaarden houden voor je ergens aan begint, anders gaat je eigen enthousiasme met je aan de haal.”
Welk talent dat je niet bezit, had je graag gehad?
“Een teamspeler zijn. Ik maakte mezelf wijs dat ik dat was, maar ik ben het niet. Mijn redding was dat mensen om me heen dat gebrek compenseerden. Die afmaakten wat ik opstartte, die structuur brachten waar ik al naar het volgende idee was vertrokken. Ik kreeg soms te horen: Eric, kijk af en toe eens achter je of de mensen nog mee zijn. Mijn snelheid was een kracht, maar ook een probleem. Voor mij moest innovatie altijd sneller, maar daardoor was ik soms al weg voordat iets echt gerealiseerd was.”
Wat is de meest onconventionele beslissing die je ooit nam en die achteraf goed uitpakte?
“Naar buiten komen met mijn bipolariteit. Het voelde als een nederlaag erkennen. Toch heeft die outing mij veel bijgebracht. Ze helpt ook anderen, hoop ik. Mijn boek is opgebouwd rond stemming, diagnose, alarmsignalen, stigma en redding. Redding betekent medicatie en therapie, maar ook psycho-educatie, zelfzorg, slaap, natuur en beweging. En een persoonlijke adviesraad van mensen die mij al lang kennen en me ongezouten de waarheid zeggen.”
Welke vorm van creativiteit wordt onderschat?
“De ideeën die we kunnen halen uit de kunstwereld. Ik werkte ooit mee aan een project waarin bedrijfsleiders in een orkest werden gezet om te observeren hoe leiderschap daar werkt. Je ziet er een dirigent, eerste viool, strijkers, ego’s, discipline, voorbereiding, ruimte en veeleisendheid. Daar kun je als organisatie enorm veel uit leren. De bedrijfswereld denkt te vaak dat de kunstwereld van haar moet leren, terwijl het omgekeerde minstens even waar is.”
Is er een discipline die je nodig hebt, maar waarmee je worstelt?
“Ik was altijd overtuigd van mijn ideeën en vond vaak dat ik het beter wist. Maar innovatie is niet vanzelfsprekend. Ik wilde organisaties vooruitduwen, maar niet iedereen is daar klaar voor. Vooral familiebedrijven en kmo’s moeten soms mentaal grote stappen zetten voor ze erin meegaan. Ik moest leren luisteren. Die kritiek en noodzakelijke zelfkritiek vond ik vaak moeilijk.”
Wat is voor jou het verschil tussen koppig zijn en volhardend blijven?
“Volharding heb je nodig om tegenslagen te overwinnen en je overtuiging vast te houden. Koppigheid is blijven doorgaan terwijl je signalen krijgt dat het niet zal lukken. Koppigheid verbind ik ook met een gebrek aan zelfkritiek. Dan moet en zal het, ook als de realiteit je iets anders vertelt.”
Wat is je grootste succes, en welke prijs heb je daarvoor betaald?
“Bij Voka hielp ik een klassieke organisatie met een sterke lobbyfunctie te evolueren naar een plek waar levenslang leren, ondernemerschap en innovatie belangrijk werden. Ik werd er aangezocht om levenslang leren voor ondernemers uit te bouwen. Daar ben ik trots op, maar het was eenzaam. Tegen dingen aanbotsen, niet altijd begrepen worden en soms zelfs niet voor vol worden aangezien.”
Wat is je huidige gemoedstoestand?
“Ik beweeg meestal tussen min één en plus één. Nu zit ik op plus een half. Aan de goede, enthousiaste kant.”
Welke rol speelt toeval bij succes?
“Toeval is geluk, maar je moet het wel grijpen. Mensen komen toevallig op je pad en soms ben je te vroeg, of te laat en soms precies op tijd. Wordt er op je deur geklopt en je doet niet open, dan is dat geen pech, dan heb je je kans verkeken. Succes bestaat uit dingen die je wel en niet in de hand hebt. We onderschatten hoeveel factoren buiten onze controle liggen. Sommige mensen hebben echt pech.”
Wat was jouw meest leerrijke tegenslag?
“Mijn faillissement was het gevolg van mijn stoornis. Ik heb er mensen anders en beter door leren kennen, zowel wie nog natrapte als wie er plots wél stond. Een cliché, maar als je het meemaakt, besef je pas hoe waar het is.”
Zijn er dingen waar je ondanks al je ervaring nog fundamenteel over twijfelt?
“Of er een terugval komt. Bipolariteit is ongeneeslijk maar behandelbaar. Je klok slingert altijd van -1 over nul naar +1. Ik droom niet van een leven zonder medicatie, ik hoop vooral dat ik stabiel kan blijven ergens rond de nul of liever nog, lichtjes erboven. Licht euforisch, enthousiast. Toch blijf ik twijfelen. Je weet het nooit zeker.”
Welke kwetsbaarheid mag vaker zichtbaar zijn?
“Mentale kwetsbaarheid. We geloven graag dat alles bespreekbaar is, maar voor heel wat psychische stoornissen geldt dat niet. Zeker niet in de topsport, de politiek en het bedrijfsleven. Het risicodenken in bedrijven is groot. HR heeft de taak om het risico voor de organisatie zo laag mogelijk te houden. Dat je bij een aanwerving geen risico neemt, is een illusie. De perfecte werknemer bestaat niet en misschien is dat maar goed ook.”
Hoe kom je tot je beste ideeën?
“In bad en in bed, wanneer ik niks anders kan doen. Mensen steken hun agenda zo vol met driedubbele to-do lijstjes dat er geen plaats meer is voor wat niet dringend lijkt, maar wel belangrijk is. Dat geldt ook in bedrijven. Je moet tijd maken om vragen te stellen over mensen, zorg of innovatie. Anders kom je er nooit aan toe.”
Welk aspect van je persoonlijkheid probeer je te temperen?
“Mijn neiging om over mensen heen te walsen omdat ik vooruit wil. Ik probeer om beter te luisteren. Ik vraag mensen soms letterlijk om mij te stoppen. Zeg het als ik te snel ga. Ik moet leren zien of anderen nog mee zijn.”
Wat zie je als je levenswerk?
“Vroeger mee het start-uplandschap vormgeven, nu mijn werk rond bipolariteit, stigma en mentale kwetsbaarheid. Voor die grote groep mensen met een bipolaire stoornis in België en Nederland en hun wijde omgeving kun je zoveel doen als je er vroeg bij bent. Ik wil bespreekbaarheid creëren en mensen sneller naar hulp, inzicht en zelfzorg brengen.”
Wie is je favoriete historische personage?
“Spontaan denk ik aan Mandela en Gandhi. Maar als ik kijk naar waar ik nu mee bezig ben, dan wordt het Marie Curie. Om haar uitzonderlijke wetenschappelijke prestatie: twee Nobelprijzen, in twee verschillende disciplines, als vrouw in een wereld die daar niet klaar voor was. Ze was briljant, moeilijk in de omgang, veeleisend en ze heeft lang in de schaduw moeten staan. En ze was bipolair met extreme stemmingswisselingen.”
Wie vergeef je wat nooit?
“Mensen die zich van me hebben afgekeerd terwijl ze wisten wat er speelde, maar die de gevolgen niet aanvaardden omdat die hen niet goed uitkwamen.”
Welke vraag zouden leiders zichzelf vaker moeten stellen?
“Ben ik efficiënt bezig of effectief?” Doe ik de dingen goed of doe ik de juiste dingen? Daarnaast zouden leiders zich vaker moeten afvragen of ze hun team voldoende uitdagen. Ben ik nog met de juiste dingen bezig? Daag ik mijn mensen genoeg uit? Sta ik voldoende ten dienste van hen?”
Welk boek, lied of kunstwerk is jouw kompas?
Wij zijn ons brein van Dick Swaab, omdat het helder, onderbouwd, humoristisch en belangrijk is. We onderschatten ons brein. We doen alles om fit te blijven, maar mentale gezondheid krijgt te weinig aandacht. De song Ain’t got no I got life van Nina Simone. En Jackson Pollock als beeldend kunstenaar. Of Yayoi Kusama. Zij leeft al decennia met psychiatrie, medicatie en kunst en haar werk, woont letterlijk in het psychiatrisch ziekenhuis, toont hoe psychiatrie een leven kan redden. Ik denk ook aan de Apple TV docu My mind & me, over Selena Gomez.” Maar één rolmodel steekt er toch bovenuit. David Bowie, de überkameleon. Vooral zijn Berlijnse periode – met de albums Low, Heroes en Scary Monsters – was een openbaring. David Bowie is wellicht de creatiefste vernieuwer in mijn leven en het was altijd kwaliteit.
Wat zou je je twintigjarige zelf willen vertellen?
“Je eigenzinnigheid kan je grootste troef zijn, maar ook je ergste handicap. Wees je beste vriend, niet je ergste vijand, zeg maar.”
Hoe wil je graag herinnerd worden?
“Als iemand met goede bedoelingen die probeerde om het verschil te maken. Of als de man die niet kon zwijgen, dat ook.”
creatiefenbipolair.substack.com
Je vindt het nieuwe boek van Eric Kenis via erickenis1960@gmail.com (gesigneerd) of bij bol.com en de Standaard Boekhandels in Leuven en Gent en ook in de onafhankelijke boekhandel.