“Ik kan de mensen niet missen.”

“Ik kan de mensen niet missen.”

Arnaud  

Van Den Abeele

Marktkramer

“Als je in je zetel blijft zitten, maak je nooit iets mee”, zegt Arnaud Van Den Abeele. “Ik heb ik als jonge gast in weer en wind getraind om profwielrenner te worden en toen dat niet lukte, ben ik in de voetsporen van mijn vader en mijn grootvader gestapt, als kaashandelaar. Nu rij ik door weer en wind naar de afspraken met mijn klanten. Ik kan de mensen niet missen.”

Er hangen in zijn bureau twee foto’s van zijn kaaskraam, eenzaam op het ondergesneeuwd marktplein van Ronse. Een van 10 jaar geleden, toen Arnaud nog de sidekick van zijn vader was, en eentje van januari 2026. “Uiteindelijk zijn er die winterdag misschien twintig mensen iets komen kopen, en toch was het de moeite waard. Iedereen vond het fantastisch dat ik de moeite gedaan had om ondanks het slechte weer op te dagen voor de wekelijkse afspraak. De krant wijdde er een stukje aan en ik word er maanden later nog steeds over aangesproken. Ik heb er dan misschien financieel wel mijn broek aan gescheurd maar ik hou er wel een geweldig verhaal aan over.”

Een droom op twee wielen

“Als mannekes van vijftien jaar moesten mijn broer en ik al mee naar de markt om klanten te bedienen en hielpen we in het weekend met de bestellingen en de voorbereidingen van kaasavonden. Meehelpen in de zaak was bij ons thuis een principe. Nochtans was het helemaal niet zo vanzelfsprekend dat ik in de voetsporen van mijn vader en grootvader zou treden. Mijn andere grootvader was elektrieker en daardoor was ik op school de richting elektriciteit en elektronica beginnen volgen, met daarna nog een specialisatiejaar domotica en stuur- en beveiligingstechnieken. De kans dat ik daar mijn beroep zou van maken was dus reëel, ware het niet dat ik in die tijd een andere grote passie had: de koers. Vanaf mijn zeventiende ben ik wedstrijden beginnen rijden, eerst bij de junioren, daarna vier jaar bij de beloften. Ik kreeg van thuis de kans om te proberen om mijn grote droom waar te maken: profrenner worden. Maar dat is simpeler gezegd dan gedaan. Op televisie zien mensen alleen de mooie kant van de sport, maar de realiteit voor jongen mensen die een plekje in het peloton willen veroveren, is keihard.”

“Het was een periode van enorme opofferingen. Mijn vrije tijd ging volledig op aan trainingen en als ik niet op de fiets zat, dan moest ik uitrusten omdat er ’s anderendaags een wedstrijd op het programma stond. Voor vrienden bleef er geen tijd meer over. De concurrentieslag om in het professioneel circuit te geraken, is immers moordend. Ik koerste in de ploeg met mensen als Louis Vervaecke en Dylan Teuns, renners die intussen op het podium van bijvoorbeeld de Ronde van Frankrijk hebben gestaan. Toen ik eenentwintig was, besefte ik dat een profcontract er voor mij niet in zat. Op een bepaald moment kon ik de druk en de opofferingen niet meer aan. Ik herinner me de dag dat ik op training mentaal volledig ben gecrasht. Ik ben gestopt met trappen, heb rechtsomkeert gemaakt en ik ben naar huis gereden. Op het einde van het seizoen hield ik de fiets aan de haak.”

Een nieuw parcours

“Ook al viel mijn grote droom in duigen, tegelijk klikten er ook een paar puzzelstukjes in elkaar. Mijn broer was intussen aan de slag in de optiekzaak van mijn mama en mijn vader dacht eraan om een standplaats op de markt van Ath op te geven omdat hij het niet meer in zijn eentje kon bolwerken. Ook al had hij mij nooit gepusht om hem op termijn op te volgen, hij had mij door de jaren, zonder dat ik het goed besefte, wel helemaal opgeleid. Ik heb toen vrij impulsief gezegd dat ik het wel zag zitten om in de zaak te stappen. En ik heb nooit een moment spijt gehad van die beslissing, integendeel.”

In het spoor van mijn vader

“Toch waren de eerste maanden van mijn carrièreswitch best pittig. Je staat er niet bij stil maar mensen bedienen en begeleiden in hun keuzes, rekeningen maken terwijl ze op je vingers staan te kijken aan je kraam, ook in het Frans … dat is voor een jonge gast niet zo evident, maar door het elke dag te doen met mijn vader aan mijn zijde, is dat op een zeer organische wijze gelukt. Langzaam nam ik ook de administratie, de facturen en de groothandelsbestellingen over en raakten mijn papa en ik perfect op elkaar ingespeeld. Intussen is hij gepensioneerd maar werkt hij nog steeds met evenveel plezier mee als flexijobber. En ik vind het nog steeds geweldig om hem aan mijn zijde te hebben. Veel mensen zeggen dat werken met familieleden moeilijk is, maar bij ons heeft het nooit tot discussies, laat staan ruzies, geleid. We hebben geen woorden nodig om elkaar te begrijpen. Onze werkdag begint en voor we het beseffen is hij alweer voorbij.”

Klanten die familie worden

“Mijn leven als marktkramer is intensief, maar ik zou het voor geen goud meer willen missen. We staan wekelijks op vier markten en daarnaast runnen we een kaasgroothandel en organiseren we kaasavonden voor verenigingen. In bepaalde periodes is het waanzinnig druk, met zes kaasavonden op één weekend. Ik zie mijn job nooit als een opdracht. Het is gewoon een wezenlijk stuk wie ik ben. Uiteraard moet ik er mijn boterham mee verdienen, maar dat is niet de enige functie. Voor mij is het feit dat mijn job mij de kans geeft om connectie te maken met mensen, zeker zo belangrijk. Wij hebben een enorm trouw publiek opgebouwd. Sommige mensen komen al jarenlang elke week naar ons kraam. Dat is een stukje familie geworden. Ik zie ze in de verte afkomen en ik weet exact wat ze gaan bestellen. Omdat we twee keer per week op de markt in onze eigen stad staan, kennen we bijna iedereen. We praten over kaas maar even vaak over de kinderen en over de gebeurtenissen in hun leven. De gewone dingen. Ik heb soms de indruk dat daar, in de razende tijden waarin we leven, zelden nog plaats voor is. Terwijl dit het leven en voor mij, mijn werk, zoveel aangenamer maakt.”

De luxe van menselijk contact

“De markt is zowat het tegenovergestelde van de moderne consumptiemaatschappij. Als je vandaag een supermarkt binnenstapt, word je naar een zelfscankassa geleid en hoeft je eigenlijk tegen niemand meer te praten. Of je kan online shoppen via apps, waarna koeriers je boodschappen dan snel-snel aan de deur komen droppen. Op de markt hebben de mensen nog tijd en kan je ze diep in de ogen kijken. Zij verwachten kwaliteit, jij kan hen dat bieden. Zij hebben vragen, jij kan hen adviseren. Eigenlijk is dit, zowel voor de handelaar als voor de klant de grootste luxe van deze tijd. De markt is een van de laatste plekken waar, naast samenzijn met familie en je vrienden, echt sociaal contact primeert. Als ik morgen dus om de een of andere reden zou moeten stoppen met dit werk, zou ik vooral dat missen. Dat heb ik duidelijk gemerkt tijdens de coronaperiode, toen de markten werden afgelast of streng gereguleerd. Wij hebben toen uiteindelijk onze marktwagen twee dagen in de week opgesteld in een loods. De mensen waren super gelukkig dat ze eindelijk weer eens een klapke konden doen.”

“Als ik erop terugkijk, had ik evengoed elektricien kunnen worden, of misschien professioneel wielrenner, en daar had ik ongetwijfeld ook mij draai in gevonden. Maar ik ben ontzettend dankbaar dat ik in deze wereld ben gerold. Met de glimlach achter de toonbank, ongeacht of de zon schijnt of de markt volledig ondersneeuwt.”

Auteur: Koen Lauwereyns

Op de hoogte blijven als we nieuwe verhalen delen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meer verhalen?

Luc

Tv-maker, radiodocent en ondernemer

“Ik heb zelden of nooit iets tegen mijn goesting gedaan”

Ontdek

Haissi

HR consultant en oprichter JuRi

“Ik ben wel een vechter” 

Ontdek

Barbara

Communicatiedirecteur

“Alles wat ik nodig had, paste in een rugzak”

Ontdek