Voor de meeste mensen is de snelweg een noodzakelijk kwaad, een grijze strook asfalt die hen van werk naar huis brengt. Voor de 61-jarige Johan de Geest is het zijn kantoor en zijn tweede thuis. Al bijna veertig jaar zit hij achter het stuur van een zware vrachtwagen, al 35 jaar pendelt hij tussen Lokeren, Frankrijk en Zwitserland. “Het mooiste moment is als ik op vrijdag naar huis rij … en als ik op maandagochtend terug in mijn cabine kruip.”
“Na mijn legerdienst rolde ik dankzij mijn vader de Volvo-autofabriek in Gent binnen. Het loon was goed, de werkzekerheid groot, maar al snel voelde ik de muren op mij afkomen. Alle dagen waren hetzelfde: ik sleutelde aan auto’s, vijs na vijs, dag in dag uit. Het vuurde alleen maar mijn passie voor vrachtwagens aan. Al van toen ik kind was kon ik daar met grote ogen naar die grote gevaartes staan kijken. Het was dus niet geheel onverwacht dat ik op mijn 21ste de fabriek vaarwelzei en chauffeur ben geworden. Eerst voor een firma waar ik distributie in eigen land verzorgde maar dat was niet waarvoor ik de overstap had gedaan. Ik wou dankzij mijn job een stukske van de wereld zien. Bij de eerste de beste gelegenheid ben ik overgestapt naar internationaal transport. Veertig jaar later kan ik zeggen: het was de beste beslissing van mijn leven.”
Mijn kantoor in de Alpen
“Wat die stiel na al die jaren nog altijd zo mooi maakt, is zonder twijfel het decor waarin ik mag werken. Al 15 jaar rijd ik op het traject tussen Frankrijk en Zwitserland voor de firma Aliplast uit Lokeren. Mijn route brengt me langs de Franse Vogezen tot diep in de Zwitserse Alpen, over de Simplonpas tot vlak aan de Italiaanse grens bij Lugano. In de winter trotseer ik de sneeuw en het slechte weer, in de zomer geniet ik van de stralende zon op de bergtoppen. De natuur is er zo prachtig dat ik er nog elke dag van kan genieten. Mijn buren thuis plagen mijn vrouw wel eens met opmerkingen als: Is hij weeral op reis? En ergens hebben ze wel gelijk. Het voelt vaak echt aan alsof ik op reis ben, met dat verschil dat ik er mijn brood mee verdien.”
De prijs van de vrijheid
“Het grootste goed op de baan is de vrijheid, helaas is daar de jongste jaren systematisch op beknibbeld. Vroeger ging je de baan op met een papieren schijf in de tacograaf. Je baas kreeg niets van jou te horen, tenzij je onderweg ergens een openbare telefooncel instapte of bij je klant op de losplaats toelating kreeg om de telefoon te gebruiken.”
“Vandaag kijkt Big Brother constant over je schouder mee. Onze vrachtwagens zijn uitgerust met een boordcomputer, die zowat alles wat je doet, registreert. Al ben ik daar persoonlijk nog nooit op aangesproken. Ik heb nooit het gevoel dat ik onder druk wordt gezet. Integendeel, na al die jaren onderweg ben ik geen anoniem nummer meer. Mijn klanten kennen mij bij mijn voornaam en het vertrouwen is enorm. Hun appreciatie en het menselijke contact, geven mij veel voldoening. Het sociale netwerk van chauffeurs daarentegen is grotendeels verdwenen. Vroeger zochten we elkaar op in de routiers, de typische baanrestaurants. We aten samen, dronken een glas en maakten plezier. Vandaag de dag is het ieder voor zich. De parkings staan vol met chauffeurs uit het Oostblok die amper Engels of Frans spreken. Iedereen blijft in zijn eigen cabine zitten om zijn eigen potje te koken. De gezelligheid en de kameraadschap van vroeger bestaan helaas niet meer.”
“Alleen de strenge Zwitserse politie kan nog eens een stressfactor zijn. Eén lading die net niet perfect gezekerd is, een klein administratief foutje in de papieren, en de boetes swingen de pan uit. Ik heb in mijn carrière al boetes van 500, 600 en zelfs één keer 2000 euro moeten betalen voor de meest absurde redenen.
Met hart en ziel
“Mijn cabine is mijn huis op wielen, mijn rijdende cocon. Ik heb alles aan boord wat ik nodig heb: een ingebouwde koelkast, een koffiezetapparaat, een warmwaterkoker, een microgolfoven en een televisie. Omdat het leven en het eten in Zwitserland duur is, laad ik mijn koelkast ‘s maandags vol met eten voor de hele week. Als ik ‘s avonds geparkeerd sta, kijk ik wat televisie en bel ik met het thuisfront. Zo vliegen de avonden vlot voorbij.”
“Ik ben binnenkort veertig jaar getrouwd, met een geweldige vrouw die me altijd heeft gesteund. Zonder sterke partner kun je dit werk niet doen. Zij heeft mijn zoon en dochter opgevoed terwijl ik op de baan was … Ik heb zoveel verjaardagen, schoolfeesten en simpele, dagelijkse momenten gemist. Die tijd krijg ik nooit meer terug. Dat is waarom ik nu zo ontzettend geniet van mijn twee kleindochters. Voor hen wil ik wél de opa zijn die er staat, die ziet hoe ze opgroeien. Nog even en ik heb daar plots alle tijd voor, want in maart 2028 gaan mijn vrouw en ik samen met pensioen.”
“Als ik de balans opmaak van veertig jaar transport, dan overheerst de dankbaarheid. Moest ik terug twintig jaar zijn, dan zou ik het zonder twijfel direct opnieuw doen. Ik heb mijn hele leven centen verdiend met iets wat ik tot op vandaag met hart en ziel doe. Dat is het allermooiste wat een mens kan overkomen.”