Als de eerste zonnestralen over de vijvers van Pairi Daiza glijden, is het park nog gehuld in een serene rust. Het is het favoriete moment van de 21-jarige Lotte Dewolf. Vorig jaar studeerde ze af in de Agro- en Biotechnologie, en sinds september mag ze zich officieel dierverzorger noemen in de ‘Beste Dierentuin van Europa’. “Het is de realisatie van mijn kinderdroom”, vertelt ze. “En het beste bewijs dat een droomjob ook weleens naar mest kan ruiken.”
“Als kind was ik al niet weg te slaan bij de dieren. Ik ben opgegroeid met de voeten in de aarde en een constante zorg voor alles wat ademde. Thuis hadden we een kat, een hond, konijnen en paarden. Dat zorgen zat er altijd al in. Het voordeel van dieren is dat ze geen kapsones hebben, ze zijn wie ze zijn.”
Mijn weg
“Toen ik klein was, had ik al een abonnement op Pairi Daiza. Ik herinner me dat ik hier rondliep, naar de verzorgers keek en ervan droomde dat ik later ook zo een job zou hebben, en eigenlijk ben ik altijd bij dat idee gebleven. Ik trok na de middelbare school naar HoGent om de richting Agro- en Biotechnologie te volgen, optie dierenzorg. Aanvankelijk dacht ik nog dat ik dierenartsassistent zou worden, maar uiteindelijk heb ik dat idee na mijn stage in een andere dierentuin weer laten varen. Ik wist toen honderd procent zeker dat dit mijn weg zou zijn. Toen ik na mijn afstuderen meteen in Pairi Daiza mocht beginnen, vielen alle puzzelstukjes op hun plek. Het park is fantastisch, de locatie is prachtig en het is bovendien niet ver van mijn deur.”
“Mijn werkdag begint stipt om acht uur ’s ochtends. De hele voormiddag staat in het teken van de praktische verzorging: de verblijven schoonmaken en de dieren voederen, zowel binnen als buiten. Het is fysiek zwaar werk. Je bent constant in de weer met emmers, borstels en kruiwagens. Maar mij hoor je niet klagen; stilzitten is absoluut niets voor mij. In de namiddag zorgen we voor extra verrijking voor de planteneters door takken te knippen, of begeleiden we dieren op een rustige en positieve manier zodat ze goed voorbereid zijn op eventuele medische verzorging. Momenteel kan je mij vaak vinden bij de gibbons. Omdat ik hier nog niet zo heel lang werk, moeten de dieren mij nog leren kennen. In het begin merk je dat ze nog wat voorzichtig of gespannen zijn, maar door rustig met hen te werken en hun tempo te volgen, groeit onze band stap voor stap.”
Memory
“Een andere namiddagtaak zijn de herkenningsoefeningen om de individuen te kunnen herkennen. Zo hou ik mij bezig met de kleine primaten; de ringstaartmaki’s, de vari’s en de Boliviaanse doodshoofdapen. Van die laatste categorie hebben we er 26 rondlopen en ik verzeker je dat het niet eenvoudig is om die van elkaar te onderscheiden. Je leert kijken naar de details. Het ene aapje heeft een specifiek vlekje, het andere is net iets donkerder van kleur. We hebben een fichesysteem met foto’s aangelegd om onszelf voortdurend te kunnen testen. Het lijkt een memoryspelletje maar voor de dieren is het van levensbelang. Als een specifiek dier medicatie moet krijgen, moet je natuurlijk wel honderd procent zeker zijn dat je het juiste individu voor je hebt.”
“Mensen hebben vaak een heel romantisch beeld van mijn job. Als ik vertel dat ik met doodshoofdaapjes werk, reageert iedereen enthousiast. Ze zien die schattige snuitjes op foto’s en denken dat ik de hele dag sta te knuffelen. De aapjes doen inderdaad niets liever dan op mijn schouders klauteren maar dat is vooral omdat ik de emmer met eten vastheb. Ze zijn erg nieuwsgierig en proberen regelmatig mijn zakken te openen om de inhoud ervan te onderzoeken. Daarom zorg ik ervoor dat mijn zakken leeg zijn. Ik heb dus nooit zakdoeken bij. Ze zijn megagrappig en ze leren mij elke dag dat ik de juiste beroepskeuze heb gemaakt.”
“Maar zoals bij elke job zijn er ook momenten die wat moeilijker zijn. Pairi Daiza maakt deel uit van internationale kweekprogramma’s, waardoor dieren soms naar een andere plek verhuizen. Onlangs verhuisde er bijvoorbeeld een otter die ik heel intensief had verzorgd. Zo’n afscheid raakt je dan meer dan je vooraf verwacht, omdat je doorheen de zorg echt een band hebt opgebouwd. Tegelijk weet je dat zo’n verhuis deel uitmaakt van een groter verhaal rond natuurbehoud en het welzijn van de dieren.”
No stress
“Dieren kennen geen weekends of feestdagen; zij hebben elke dag zorg nodig, ook in het weekend en op feestdagen. Ik werk dan ook één weekend op de twee en vaak ook op feestdagen uiteraard. We werken met levende wezens, die elk hun eigen ritme en karakter hebben. Dat maakt ons werk soms onvoorspelbaar, maar net ook heel bijzonder. Als mijn werkdag er om vier uur in principe opzit, maar de dierenarts moet nog een dringende interventie doen, dan blijf ik graag langer. ’s Avonds ben ik doodmoe maar het is een gezonde vermoeidheid. Ik neem geen stress mee naar huis. Ik sta nog maar aan het begin van mijn beroepsloopbaan, maar door dat alles kan ik me geen ander leven voorstellen. De speelsheid en de nieuwsgierigheid van de doodshoofdaapjes, de connectie met de gibbons, en het simpele feit dat ik mag meewerken aan het behoud van deze prachtige soorten, dat is voor mij de ultieme voldoening.”